Art. 230 Verordening (EU) nr. 575/2013, Berekening van risicogewogen posten en verwachte verliesposten voor andere toelaatbare zekerheden in het kader van de IRB-benadering
1. De instellingen maken gebruik van LGD*, berekend overeenkomstig dit lid en lid 2, als het LGD voor de toepassing van hoofdstuk 3.
Indien de ratio van de waarde van de zekerheid (C) ten opzichte van de blootstellingswaarde (E) lager is dan het vereiste minimumniveau van zekerheidsstelling van de blootstelling (C*) als bedoeld in tabel 5, is LGD* het in hoofdstuk 3 bedoelde LGD voor niet door zekerheden gedekte blootstellingen met betrekking tot de tegenpartij. Voor de toepassing van deze bepaling berekenen de instellingen de blootstellingswaarde van de in artikel 166, leden 8 tot en met 10, opgenomen posten met gebruikmaking van een omrekeningsfactor of percentage van 100 % in plaats van de in die leden vermelde omrekeningsfactoren of percentages.
Indien de ratio van de waarde van de zekerheid ten opzichte van de blootstellingswaarde hoger is dan een tweede, hogere drempelwaarde van C** als vermeld in tabel 5, is LGD* het in tabel 5 weergegeven LGD.
In dit verband geldt dat indien het vereiste niveau van zekerheidsstelling C** niet wordt bereikt ten aanzien van de blootstelling als geheel, instellingen de blootstelling als twee blootstellingen moeten beschouwen — één blootstelling die overeenstemt met het gedeelte waarvoor het vereiste niveau van zekerheidsstelling C** is bereikt en één blootstelling die met het resterende gedeelte overeenstemt.
2. In tabel 5 van dit lid worden het toepasselijke LGD* en de vereiste niveaus van zekerheidsstelling voor de gedekte gedeelten van de blootstellingen weergegeven.
Tabel 5
Minimum LGD voor gedekte gedeelten van blootstellingen
LGD* voor niet-achtergestelde blootstellingen
LGD* voor achtergestelde blootstellingen
Vereist minimumniveau van de zekerheidsstelling van de blootstelling (C*)
Vereist minimumniveau van de zekerheidsstelling van de blootstelling (C**)
Kortlopende vorderingen
35 %
65 %
0 %
125 %
Niet-zakelijk onroerend goed/zakelijk onroerend goed
35 %
65 %
30 %
140 %
Overige zekerheden
40 %
70 %
30 %
140 %
3. Als alternatief voor de behandeling in de leden 1 en 2, en behoudens artikel 124, lid 2, kunnen de instellingen, als alle voorwaarden van artikel 199, lid 4, zijn vervuld, een risicogewicht van 50 % toekennen aan het gedeelte van de blootstelling dat, binnen de in artikel 125, lid 2, punt d), respectievelijk in artikel 126, lid 2), punt d), bepaalde maxima, volledig gedekt is door op het grondgebied van een lidstaat gelegen niet-zakelijk of zakelijk onroerend goed.