Art. 198 Verordening (EU) nr. 575/2013, Additionele toelaatbare zekerheden in het kader van de uitgebreide benadering van financiële zekerheden
1. Indien een instelling gebruik maakt van de in artikel 223 beschreven uitgebreide benadering van financiële zekerheden kan die instelling, benevens de in artikel 197 vastgestelde zekerheden, ook de volgende instrumenten als toelaatbare zekerheid gebruiken:
a) aandelen of converteerbare obligaties die niet in een hoofdindex zijn opgenomen maar op een erkende beurs worden verhandeld;
b) rechten van deelneming of aandelen in icb's wanneer beide volgende voorwaarden vervuld zijn:
i) de rechten van deelneming of aandelen hebben een dagelijkse publieke koersnotering;
ii) de icb is gehouden alleen te beleggen in instrumenten die overeenkomstig artikel 197, leden 1 en 4, als toelaatbaar kunnen worden aangemerkt, en in de onder punt a) van deze alinea bedoelde instrumenten.
Indien een icb belegt in rechten van deelneming of aandelen van een andere icb, zijn de voorwaarden van de punten a) en b) van dit lid eveneens van toepassing op elke dergelijke onderliggende icb.
Het gebruik door een icb van derivaten om toegestane beleggingen af te dekken, laat de toelaatbaarheid als zekerheid van de rechten van deelneming of aandelen in deze instelling onverlet.
2. Indien icb's of hun onderliggende icb's niet gehouden zijn alleen te beleggen in instrumenten die overeenkomstig artikel 197, leden 1 en 4 als toelaatbaar kunnen worden aangemerkt en in de in lid 1, punt a), van dit artikel genoemde instrumenten, kunnen de instellingen rechten van deelneming of aandelen in die icb's als zekerheid gebruiken tot een bedrag gelijk aan de waarde van de door die icb's aangehouden toelaatbare activa, waarbij wordt aangenomen dat die icb's of hun onderliggende icb's tot de in hun respectieve lastgevingen toegestane grens in niet-toelaatbare activa hebben belegd.
Indien niet-toelaatbare activa als gevolg van uit eigendom voortvloeiende verplichtingen of voorwaardelijke verplichtingen een negatieve waarde kunnen hebben, passen de instellingen elk van beide volgende bepalingen toe:
a) zij berekenen de totale waarde van de niet-toelaatbare activa;
b) en als het overeenkomstig punt a) verkregen bedrag negatief is, trekken zij de absolute waarde van dat bedrag af van de totale waarde van de toelaatbare activa.