Art. 151 Verordening (EU) nr. 575/2013, Behandeling naar categorie blootstellingen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De voor het kredietrisico gewogen posten betreffende blootstellingen die onder een van de in artikel 147, lid 2, punten a) tot en met e) en g), bedoelde categorieën vallen, worden, als ze niet van het eigen vermogen worden afgetrokken, overeenkomstig onderafdeling 2 berekend, behalve wanneer die blootstellingen worden afgetrokken van de tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- of tier 2-bestanddelen.

2. De voor het verwateringsrisico gewogen posten die verband houden met gekochte kortlopende vorderingen, worden berekend op basis van artikel 157. Indien een instelling wegens het wanbetalingsrisico en het verwateringsrisico volledig verhaal kan vorderen op de verkoper van de gekochte kortlopende vorderingen, is het bepaalde in dit artikel, in artikel 152 en in artikel 158, leden 1 tot en met 4, betreffende gekochte kortlopende vorderingen niet van toepassing en wordt de blootstelling als een met een zekerheid gedekte blootstelling behandeld.

3. Bij de berekening van voor het kredietrisico en het verwateringsrisico gewogen posten wordt uitgegaan van de parameters voor de betrokken blootstelling. Daaronder vallen de PD, het LGD, de looptijd (maturity, hierna M genoemd) en de blootstellingswaarde van de blootstelling. Overeenkomstig afdeling 4 mogen de PD en het LGD afzonderlijk of gezamenlijk in aanmerking worden genomen.

4. De instellingen berekenen voor het kredietrisico gewogen posten voor blootstellingen die onder de in artikel 147, lid 2, onder e), genoemde categorie blootstellingen in aandelen vallen, op basis van artikel 155. De instellingen kunnen de benaderingen van artikel 155, leden 3 en 4, gebruiken indien zij daarvoor de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten hebben gekregen. De bevoegde autoriteiten verlenen een instelling uitsluitend toestemming om de in artikel 155, lid 4, vermelde internemodellenbenadering toe te passen als de instelling voldoet aan de vereisten van afdeling 6, onderafdeling 4.

5. De voor het kredietrisico gewogen posten die verband houden met blootstellingen uit hoofde van gespecialiseerde kredietverlening, mogen worden berekend op basis van artikel 153, lid 5.

6. Voor blootstellingen die onder een van de in artikel 147, lid 2, onder a) tot en met d), genoemde categorieën vallen, verstrekken de instellingen hun eigen ramingen van PD's op basis van artikel 143 en afdeling 6.

7. Voor blootstellingen die onder de in artikel 147, lid 2, onder d), genoemde categorie vallen, verstrekken de instellingen eigen ramingen van LGD's en omrekeningsfactoren op basis van artikel 143 en afdeling 6.

8. Op blootstellingen die onder een van de in artikel 147, lid 2, onder a) tot en met c), genoemde categorieën vallen, passen de instellingen de LGD-waarden van artikel 161, lid 1, en de omrekeningsfactoren van artikel 166, lid 8, onder a) tot en met d), toe, tenzij zij overeenkomstig lid 9 de toestemming hebben gekregen om voor die categorieën blootstellingen hun eigen ramingen van LGD's en omrekeningsfactoren toe te passen.

9. De bevoegde autoriteit kan aan instellingen toestemming verlenen om voor alle blootstellingen die onder een van de in artikel 147, lid 2, onder a) tot en met c), genoemde categorieën vallen, overeenkomstig artikel 143 en afdeling 6 gebruik te maken van eigen ramingen van LGD's en omrekeningsfactoren.

10. De risicogewogen posten voor gesecuritiseerde blootstellingen en voor blootstellingen die onder de categorie van artikel 147, lid 2, onder f), vallen, worden berekend op basis van hoofdstuk 5.

Vorige artikelen

Volgende artikelen