Art. 21 Verordening (EU) nr. 168/2013, Algemene voorschriften voor boorddiagnosesystemen
1. Voertuigen van categorie L worden uitgerust met een OBD-systeem dat voldoet aan de functionele voorschriften en testprocedures die zijn vastgelegd in de ingevolge lid 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen en vanaf de in bijlage IV vermelde toepassingsdata.
2. Vanaf de in bijlage IV, punt 1.8.1, vermelde data worden voertuigen van de (sub)categorieën L3e, L4e, L5e-A L6e-A en L7e-A uitgerust met een OBD-fase I-systeem dat elektrische of elektronische storingen in het emissiebeperkingssyteem detecteert en die storingen meldt die ertoe leiden dat de in bijlage VI, onder B 1), vastgestelde emissiegrenswaarden worden overschreden.
3. Vanaf de in bijlage IV, punt 1.8.2, vermelde data worden voertuigen van de (sub)categorieën L3e tot en met L7e uitgerust met een OBD-fase I-systeem dat elektrische of elektronische storingen in het emissiebeperkingssysteem detecteert en dat in werking treedt zodra de in bijlage VI, onder B 2), vastgestelde emissiegrenswaarden worden overschreden. Fase I-boorddiagnosesystemen voor deze voertuig(sub)categorieën melden ook de inwerkingtreding van een functioneringsmodus die het motorkoppel aanzienlijk vermindert.
4. Vanaf de in bijlage IV, punt 1.8.3, vermelde data en afhankelijk van de resultaten van het in artikel 23, lid 5, bedoelde milieueffectonderzoek worden voertuigen van de (sub)categorieën L3e, L5e-A L6e-A en L7e-A bovendien uitgerust met een OBD-fase II-systeem dat storingen en aantasting van het emissiebeperkingssysteem detecteert en meldt die ertoe leiden dat de in bijlage VI, deel B 2), vastgestelde OBD-emissiegrenswaarden worden overschreden.
5. Teneinde de melding van storingen in de functionele veiligheid of het emissiebeperkingssysteem door OBD-systemen te harmoniseren en een effectieve en efficiënte reparatie van voertuigen te vergemakkelijken, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 75 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de gedetailleerde technische voorschriften met betrekking tot boorddiagnose, met inbegrip van functionele voorschriften voor boorddiagnosesystemen en testprocedures voor de onderwerpen opgesomd in de leden 1 tot en met 4 en als bedoeld in bijlage II, onder C 11), en testtype VIII als bedoeld in bijlage V.