Art. 78 Richtlijn 2013/36/EU, Benchmarking door toezichthouders van interne benaderingen voor het berekenen van eigenvermogensvereisten

Richtlijn 2013/36/EU

1. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat instellingen die toelating hebben gekregen om interne benaderingen te gebruiken voor de berekening van de risicogewogen posten of eigenvermogensvereisten, met uitzondering van operationeel risico, de resultaten rapporteren van de berekeningen betreffende hun interne benaderingen voor hun in de benchmarkportefeuilles opgenomen posten of blootstellingen. De instellingen dienen de resultaten van hun berekeningen in samen met een uitleg van de hiervoor gebruikte methoden met passende tijdsintervallen en ten minste jaarlijks in bij de bevoegde autoriteiten.

2. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de instellingen de in lid 1 bedoelde resultaten van de berekeningen volgens het door de EBA overeenkomstig lid 8 opgestelde sjabloon indienen bij de bevoegde autoriteiten en bij de EBA. Indien de bevoegde autoriteiten ervoor kiezen specifieke portefeuilles te ontwikkelen, doen zij dit in overleg met de EBA en zorgen zij ervoor dat de instellingen de resultaten van de berekeningen daarvan en de resultaten voor de berekeningen van de EBA-portefeuilles afzonderlijk indienen.

3. De bevoegde autoriteiten controleren, op basis van de informatie die de instellingen overeenkomstig lid 1 hebben ingediend, het bereik van risicogewogen posten of eigenvermogensvereisten, als toepasselijk, behalve voor operationeel risico, voor de blootstellingen of transacties in de benchmarkportefeuille die het resultaat zijn van de interne benaderingen van die instellingen. Minimaal jaarlijks beoordelen de bevoegde autoriteiten de kwaliteit van die benaderingen, waarbij zij bijzondere aandacht schenken aan:

a) benaderingen die significante verschillen in de eigenvermogensvereisten voor dezelfde blootstelling vertonen;

b) benaderingen met een bijzonder hoge of lage diversiteit, alsook benaderingen met een significante en systematische onderwaardering van de eigenvermogensvereisten.

Op basis van de in lid 2 bedoelde informatie stelt de EBA een verslag op om de bevoegde autoriteiten bij te staan bij de kwaliteitsbeoordeling van de interne benaderingen.

4. Indien bepaalde instellingen zich in aanmerkelijke mate onderscheiden van de meerderheid van hun branchegenoten of indien de benaderingen weinig overeenkomsten vertonen en tot een brede variatie in de resultaten leiden, onderzoeken de bevoegde autoriteiten de redenen daarvoor en, indien duidelijk kan worden vastgesteld dat de benadering van een instelling leidt tot een niet aan verschillen in de onderliggende risico's van de blootstellingen of posities toe te schrijven onderwaardering van de eigenvermogensvereisten, nemen zij corrigerende maatregelen.

5. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat hun besluit om passende corrigerende maatregelen als bedoeld in lid 4 te nemen, in overeenstemming is met het beginsel dat die maatregelen moeten beantwoorden aan de doelstellingen van een interne benadering en derhalve:

a) niet mogen leiden tot standaardisatie of tot preferente methodes;

b) geen verkeerde prikkels mogen creëren; of

c) niet mogen leiden tot kuddegedrag.

6. De EBA kan overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 richtsnoeren en aanbevelingen afgeven wanneer zij dat op grond van de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde informatie en beoordelingen noodzakelijk acht voor het verbeteren van de toezichtpraktijken of de praktijken van de instellingen inzake interne benaderingen.

7. De EBA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van:

a) de procedures voor het delen, door de bevoegde autoriteiten, van de beoordelingen overeenkomstig lid 3, met elkaar en met de EBA;

b) de normen voor de beoordeling door de bevoegde autoriteiten als bedoeld in lid 3.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

8. De EBA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot nadere bepaling van:

a) de in de Unie ten behoeve van de in lid 3 bedoelde rapportage toe te passen sjabloon, definities en IT-oplossingen;

b) de in lid 1 bedoelde benchmarkportefeuille(s).

De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

9. De Commissie legt uiterlijk 1 april 2015 na raadpleging van de EBA aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over de werking van benchmarking van interne modellen ook wat betreft de reikwijdte van het model. Indien nodig, volgt op het verslag een wetgevingsvoorstel.