Art. 53 Richtlijn 2013/36/EU, Beroepsgeheim

Richtlijn 2013/36/EU

1. De lidstaten bepalen dat alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest voor de bevoegde autoriteiten, en auditors en deskundigen die in opdracht van de bevoegde autoriteiten handelen, aan het beroepsgeheim gebonden zijn.

De vertrouwelijke gegevens waarvan deze personen, auditors of deskundigen beroepshalve kennis krijgen, mogen uitsluitend in een samengevatte of geaggregeerde vorm openbaar worden gemaakt, zodat individuele kredietinstellingen niet kunnen worden geïdentificeerd, onverminderd de gevallen die onder het strafrecht vallen.

Indien een kredietinstelling failliet is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak moet worden geliquideerd, mogen echter vertrouwelijke gegevens die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen om die kredietinstelling te redden, in het kader van civiele of handelsrechtelijke procedures openbaar worden gemaakt.

2. Lid 1 belet de bevoegde autoriteiten niet om met elkaar informatie uit te wisselen of door te geven aan het ESRB, de EBA of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority - ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (24) in overeenstemming met deze richtlijn, met Verordening (EU) nr. 575/2013, met andere op kredietinstellingen toepasselijke richtlijnen, met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1092/2010, met de artikelen 31, 35 en 36 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 en met de artikelen 31 en 36 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. Deze informatie is onderworpen aan lid 1.

3. Lid 1 belet de bevoegde autoriteiten niet om de resultaten van de overeenkomstig artikel 100 van deze richtlijn of overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 gehouden stresstests bekend te maken of aan de EBA door te geven met het oog op de bekendmaking door de EBA van de resultaten van Unie-brede stresstests.