Art. 31 Richtlijn 2013/36/EU, Dekking voor ondernemingen die niet beschikken over een vergunning om geld of effecten van cliënten aan te houden

Richtlijn 2013/36/EU

1. De in artikel 4, lid 1, punt 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde ondernemingen beschikken over dekking in een van de volgende vormen:

a) een aanvangskapitaal van 50 000 EUR;

b) een beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het volledige grondgebied van de Unie bestrijkt of een andere vergelijkbare waarborg tegen aansprakelijkheid als gevolg van beroepsnalatigheid, voor een bedrag van ten minste 1 000 000 EUR, van toepassing per schadevordering, en in het totaal 1 500 000 EUR per jaar voor alle schadevorderingen;

c) een combinatie van aanvangskapitaal en beroepsaansprakelijkheidsverzekering die resulteert in een dekking die gelijkwaardig is aan die van punt a) of punt b).

De Commissie herziet op regelmatige basis de in de eerste alinea bedoelde bedragen.

2. Indien een onderneming als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 tevens uit hoofde van Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (22) in een register is ingeschreven, moet zij aan de voorschriften van artikel 4, lid 3, van die richtlijn voldoen en bovendien over dekking in een van de volgende vormen beschikken:

a) een aanvangskapitaal van 25 000 EUR;

b) een beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het volledige grondgebied van de Unie bestrijkt of een andere vergelijkbare waarborg tegen aansprakelijkheid als gevolg van beroepsnalatigheid, voor een bedrag van ten minste 500 000 EUR, van toepassing per schadevordering, en in het totaal 750 000 EUR per jaar voor alle schadevorderingen;

c) een combinatie van aanvangskapitaal en beroepsaansprakelijkheidsverzekering die resulteert in een dekking die gelijkwaardig is aan die van punt a) of punt b).