Art. 159 Richtlijn 2013/36/EU, Controles ter plaatse

Richtlijn 2013/36/EU

1. De lidstaten van ontvangst bepalen dat, indien een instelling waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, haar werkzaamheden uitoefent door middel van een bijkantoor, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst daarvan in kennis te hebben gesteld, zelf of met inschakeling van een tussenpersoon ter plaatse de in artikel 50 bedoelde gegevens kunnen controleren.

2. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst kunnen voor de controle van de bijkantoren ook gebruikmaken van een van de andere in artikel 118 bepaalde procedures.

3. De leden 1 en 2 laten het recht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst onverlet om op hun grondgebied gevestigde bijkantoren ter plaatse te controleren teneinde de verantwoordelijkheden uit te oefenen die uit hoofde van deze richtlijn op hen rusten.