Art. 155 Richtlijn 2013/36/EU, Verantwoordelijkheid

Richtlijn 2013/36/EU

1. Het prudentieel toezicht op een instelling, met inbegrip van het prudentieel toezicht op de werkzaamheden die deze instelling overeenkomstig de artikelen 33 en 34 uitoefent, berust bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst, onverminderd de bepalingen van deze richtlijn welke een bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst inhouden.

2. Lid 1 laat het toezicht op geconsolideerde basis op grond van deze richtlijn onverlet.

3. De bevoegde autoriteiten in een lidstaat nemen bij de uitoefening van hun algemene taken naar behoren de gevolgen in overweging die hun besluiten, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het relevante tijdstip beschikbare informatie.