Art. 18 Richtlijn 2013/32/EU, Medisch onderzoek
1. Wanneer de beslissingsautoriteit dit voor de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2011/95/EU relevant acht, en mits de verzoeker daarmee instemt, regelen de lidstaten een medisch onderzoek van de verzoeker betreffende aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Bij wijze van alternatief kunnen de lidstaten erin voorzien dat de verzoeker dat medisch onderzoek regelt.
De in de eerste alinea bedoelde medische onderzoeken worden verricht door gekwalificeerde medische beroepsbeoefenaars en het resultaat daarvan wordt zo spoedig mogelijk voorgelegd aan de beslissingsautoriteit. De lidstaten kunnen de medische beroepsbeoefenaars aanwijzen die deze medische ondezoeken mogen verrichten. De weigering van de verzoeker om een dergelijk medisch onderzoek te ondergaan, belet de beslissingsautoriteit niet een beslissing over het verzoek om internationale bescherming te nemen.
Overeenkomstig dit lid verrichte medische onderzoeken worden betaald uit openbare middelen.
2. Wanneer er geen medisch onderzoek overeenkomstig lid 1 wordt uitgevoerd, stellen de lidstaten verzoekers ervan in kennis dat zij op eigen initiatief en kosten een medisch onderzoek kunnen regelen betreffende aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade.
3. De resultaten van de in de leden 1 en 2 bedoelde medische onderzoeken worden door de beslissingsautoriteit beoordeeld samen met de andere elementen van het verzoek.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 27 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2354
- Rb. Den Haag 12 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:347
- Rb. Den Haag 26 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7132
- Rb. Den Haag 23 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4838
- Rb. Den Haag 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10048
- Rb. Den Haag 7 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7516
- Rb. Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4899
- Rb. Den Haag 1 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5270