Rb. Den Haag 27 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2354

De asielaanvraag van eiser is ingewilligd, maar zijn verzoek om vergoeding van een door hem ingediend rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) is door de staatssecretaris afgewezen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de toepassing van de gedragslijn in IB 2020/139 in dit geval redelijk is geweest. Voor de beoordeling van die rechtsvraag is het door eiser genoemde artikel 18 van de Procedurerichtlijn van belang. De rechtbank overweegt dat, hoewel niet ondenkbaar is dat eisers aanvraag ook zonder dit rapport zou zijn ingewilligd, dit uit de minuut niet is af te leiden. Het iMMO-rapport heeft in ieder geval een rol van betekenis gehad bij de beslissing om de aanvraag in te willigen. In het verlengde daarvan geldt dat – weliswaar achteraf bezien – niet kan worden volgehouden dat een medisch onderzoek als door het iMMO is verricht niet relevant was voor beoordeling van de ingewilligde asielaanvraag in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Procedurerichtlijn. Dit betekent dat de kosten daarvoor volgens dit artikel moeten worden betaald uit openbare middelen. Richtlijnconforme toepassing van de gedragslijn in IB 2020/139 had dus tot toewijzing van het verzoek om kostenvergoeding moeten leiden. De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond en voorziet zelf in de zaak door te bepalen dat eisers verzoek om vergoeding wordt ingewilligd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken