Art. 270 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Toepassing van de onderhandelingsprocedure voor opdrachten voor werken
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
1. Opdrachten voor werken kunnen in de volgende gevallen via een onderhandelingsprocedure worden geplaatst op grond van één inschrijving:
a) wanneer de termijnen voor de in artikel 111, lid 1, onder a), b) en c), van het Financieel Reglement bedoelde procedures niet in acht kunnen worden genomen wegens dringende noodzaak als gevolg van gebeurtenissen die de betrokken aanbestedende diensten niet konden voorzien en die in geen geval aan hen te wijten zijn;
b) Voor aanvullende werken die geen deel uitmaken van de eerste opdracht en die door onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden voor de uitvoering van de werken, onder de in lid 2 vermelde voorwaarden;
c) wanneer een aanbesteding zonder gevolg is gebleven, dat wil zeggen geen offertes heeft opgeleverd die op kwalitatief of financieel vlak kunnen worden aanvaard;
d) voor opdrachten die geheim zijn verklaard, of voor opdrachten waarvan de uitvoering met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan, of wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van de Europese Unie of het begunstigde land dit vereist;
e) wanneer, na de vervroegde beëindiging van een bestaand contract, een nieuw contract moet worden gesloten.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), van dit lid gelden interventies in het kader van de in artikel 190, lid 2, bedoelde crisissituaties als situaties van dringende noodzaak. De gedelegeerde ordonnateur stelt, eventueel in overleg met de andere betrokken gedelegeerde ordonnateurs, de situatie van dringende noodzaak vast en herziet zijn beslissing regelmatig met het oog op het beginsel van goed financieel beheer;
In de onder c) van de eerste alinea bedoelde gevallen kan de aanbestedende dienst na annulering van de aanbesteding onderhandelingen beginnen met de inschrijver of inschrijvers van zijn keuze die aan de aanbesteding hebben deelgenomen, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd.
2. De in lid 1, onder b), bedoelde aanvullende werken worden gegund aan de aannemer van werken die de werken reeds uitvoert, mits:
a) deze werken technisch of economisch niet van de hoofdopdracht kunnen worden gescheiden zonder overwegende bezwaren voor de begunstigde;
b) deze werken, hoewel zij te scheiden zijn van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht, absoluut noodzakelijk zijn voor de voltooiing ervan;
c) het samengevoegde bedrag van de voor aanvullende werken geplaatste opdrachten niet meer bedraagt dan 50 % van de waarde van de hoofdopdracht.