Art. 224 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Evaluatie vooraf van financieringsinstrumenten
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
1. Aan de oprichting van een financieringsinstrument gaat een evaluatie vooraf waarbij onvolkomenheden of tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties worden geconstateerd en de investeringsbehoeften in het licht van de te verwezenlijken beleidsdoelen worden beoordeeld.
2. De evaluatie vooraf moet aantonen dat, noch met een optreden van de markt, noch met een andere handeling van de Unie dan in de vorm van financiering via een financieringsinstrument, zoals regelgeving, liberalisering, hervorming of een andere beleidsmaatregel, de geconstateerde tekortkomingen of onvolkomenheden van de markt op een afdoende en tijdige manier kunnen worden verholpen. Daarbij zal worden nagegaan of het financieringsinstrument de markt zou kunnen verstoren en particuliere financiers verdringen en, zo ja, wat de kosten daarvan zijn, en zal worden aangegeven hoe de negatieve gevolgen van dergelijke verstoringen kunnen worden beperkt.
3. Conform het subsidiariteitsbeginsel zal de evaluatie vooraf aantonen dat een financieringsinstrument op het niveau van de Unie geschikter is om de geconstateerde tekortkomingen of onvolkomenheden van de markt te verhelpen dan een vergelijkbare financieringsinstrumenten op nationaal of regionaal niveau, met inbegrip van instrumenten die uit de GSK-fondsen worden gefinancierd. Ter beoordeling van de meerwaarde van een bijdrage van de Unie wordt rekening gehouden met factoren zoals moeilijke toegang tot financiering op nationaal niveau, in het bijzonder voor grensoverschrijdende projecten, schaalvoordelen en sterke demonstratie-effecten in combinatie met de verspreiding van beproefde methoden onder de lidstaten.
4. In de evaluatie vooraf wordt aangegeven wat de meest efficiënte opzet van het financieringsinstrument is.
5. Daarnaast wordt in de evaluatie vooraf aangetoond dat het voorgenomen financieringsinstrument verenigbaar is met:
a) nieuwe en bestaande financieringsinstrumenten, geen ongewenste overlappingen vertoont en synergie en schaalvoordelen oplevert;
b) financieringsinstrumenten en andere vormen van overheidsoptreden die dezelfde marktsituatie verhelpen, waarbij onverenigbaarheden worden vermelden en potentiële synergie wordt onderzocht.
6. De evaluatie vooraf omvat de beoordeling van de evenredigheid van de voorgenomen maatregel met de omvang van het geconstateerde financieringstekort, het beoogde hefboomeffect van het voorgenomen financieringsinstrument, alsook van extra kwalitatieve effecten zoals de verspreiding van beproefde methoden, de verwezenlijking van beleidsdoelen van de Unie in alle stadia van de uitvoering of de toegang tot specifieke deskundigheid van bij de verschillende uitvoeringsstadia betrokken actoren.
7. De evaluatie vooraf geeft passende prestatie-indicatoren voor de voorgestelde financieringsinstrumenten aan en vermeldt de verwachte outputs, resultaten en effecten.
8. Er wordt slechts een afzonderlijke evaluatie vooraf van financieringsinstrumenten verricht wanneer een dergelijke, volledig aan de criteria van de leden 1 tot en met 7 beantwoordende evaluatie geen deel uitmaakt van de evalutie vooraf of de effectbeoordeling van een programma dat of activiteit die het voorwerp is van een basishandeling.