Art. 159 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Resultaat van de evaluatie

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

1. Van de evaluatie en de rangschikking van de deugdelijk verklaarde deelnemingsverzoeken en inschrijvingen wordt een proces-verbaal opgesteld, dat wordt gedateerd.

Het proces-verbaal wordt ondertekend door alle leden van het evaluatiecomité. Het proces-verbaal kan eveneens worden ondertekend in een elektronisch systeem mits de ondertekenaars naar behoren worden geïdentificeerd.

Wanneer het evaluatiecomité niet verantwoordelijk is voor de toetsing van de inschrijvingen aan de uitsluitings- en selectiecriteria, wordt het proces-verbaal ook ondertekend door de personen die daarvoor door de bevoegde ordonnateur zijn aangewezen. Het proces-verbaal wordt bewaard, zodat hiernaar later kan worden verwezen.

2. Het in lid 1 bedoelde proces-verbaal bevat ten minste:

a) zijn naam en adres, het voorwerp en de waarde van de opdracht, het raamcontract of het dynamische aankoopsysteem;

b) de namen van de uitgesloten gegadigden of inschrijvers en de redenen voor die uitsluiting;

c) de namen van de voor onderzoek geselecteerde gegadigden of inschrijvers en de redenen voor die keuze;

d) de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag geachte offertes;

e) de namen van de voorgestelde gegadigden of contractanten en de redenen voor die keuze, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of het raamcontract dat de begunstigde voornemens is aan derden in onderaanneming te geven.

3. De aanbestedende dienst neemt vervolgens een besluit waarin ten minste worden vermeld:

a) zijn naam en adres, het voorwerp en de waarde van de opdracht, het voorwerp en de maximumwaarde van het raamcontract of het dynamische aankoopsysteem;

b) de namen van de uitgesloten gegadigden of inschrijvers en de redenen voor die uitsluiting;

c) de namen van de voor onderzoek geselecteerde gegadigden of inschrijvers en de redenen voor die keuze;

d) de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag geachte offertes;

e) de namen van de geselecteerde gegadigden of contractanten en de redenen voor die keuze in het licht van de van tevoren bekendgemaakte selectie- of gunningscriteria, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of het raamcontract dat de begunstigde voornemens is aan derden in onderaanneming te geven;

f) voor de onderhandelingsprocedures en de concurrentiegerichte dialoog, de in de artikelen 132, 134, 135, 266, 268, 270 en 271 bedoelde omstandigheden op grond waarvan zij gerechtvaardigd zijn;

g) eventueel de redenen waarom de aanbestedende dienst heeft afgezien van plaatsing van een opdracht.

Bij een op interinstitutionele grondslag ingeleide procedure voor het plaatsen van opdrachten wordt het in de eerste alinea bedoelde besluit genomen door de aanbestedende dienst die voor de plaatsingsprocedure verantwoordelijk is.

Vorige artikelen

Volgende artikelen