Art. 141 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Onwettige activiteiten die tot uitsluiting leiden
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
De in artikel 106, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement bedoelde gevallen omvatten alle onwettige activiteiten die de financiële belangen van de Unie schaden, en in het bijzonder de volgende:
a) fraudegevallen zoals bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij akte van de Raad van 26 juli 1995 (12);
b) corruptiegevallen zoals bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, vastgesteld bij akte van de Raad van 26 mei 1997 (13);
c) deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2, lid 1, van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad (14);
d) het witwassen van geld als omschreven in artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (15);
e) terroristische misdrijven, strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten en uitlokking van, medeplichtigheid aan en poging tot het plegen van dergelijke feiten, als omschreven in de artikelen 1, 3 en 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad (16).