Art. 138 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Inschrijvingsdocumenten
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
1. De inschrijvingsdocumenten omvatten ten minste:
a) de uitnodiging tot inschrijving, tot onderhandeling of tot deelname aan de dialoog bij de in artikel 132 bedoelde procedure;
b) het bijbehorende bestek of, bij de in artikel 132 bedoelde concurrentiegerichte dialoog, een beschrijvend document dat de behoeften en eisen van de aanbestedende dienst beschrijft, of de vermelding van het internetadres waar deze kunnen worden geraadpleegd;
c) het ontwerpcontract, gebaseerd op het modelcontract.
Punt c) hierboven geldt niet in gevallen waarin het modelcontract wegens uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden niet kan worden gebruikt.
De inschrijvingsdocumenten bevatten een verwijzing naar de overeenkomstig de artikelen 123 tot en met 126 genomen bekendmakingsmaatregelen.
2. De uitnodiging tot inschrijving, tot onderhandeling of tot deelname aan de dialoog vermeldt ten minste:
a) de wijze van indiening en presentatie van de inschrijvingen, met name de uiterste datum en de uiterste tijd, de eventuele eis een standaard-antwoordformulier in te vullen, de bij te voegen documenten, waaronder de in artikel 146 bedoelde bewijsstukken inzake de economische, financiële, beroepsmatige en technische geschiktheid, voor zover deze niet in de aankondiging van de opdracht zijn vermeld, alsmede het adres waarnaar zij moeten worden gezonden;
b) dat het indienen van een inschrijving betekent dat het in lid 1 bedoelde bestek waarnaar zij verwijst, wordt aanvaard en dat deze inschrijving de inschrijver bindt gedurende de uitvoering van het contract, indien dit aan hem wordt gegund;
c) de geldigheidsduur van de offertes, gedurende welke de inschrijver alle voorwaarden van zijn offerte moet handhaven;
d) het verbod op elk contact tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver gedurende het verloop van de procedure, behalve in uitzonderingsgevallen, onder de voorwaarden van artikel 160, alsmede de precieze bezoekvoorwaarden, indien in een bezoek ter plaatse wordt voorzien;
e) bij de concurrentiegerichte dialoog, de aanvangsdatum en het adres van de raadpleging.
3. Het bestek vermeldt ten minste:
a) de uitsluitings- en selectiecriteria voor de opdracht, behalve, bij een concurrentiegerichte dialoog, bij niet-openbare procedures en de in artikel 135 bedoelde onderhandelingsprocedures met voorafgaande aankondiging van een opdracht; in dit geval worden deze criteria uitsluitend vermeld in de aankondiging van de opdracht of in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling;
b) de gunningscriteria van de opdracht en het relatieve gewicht ervan of, in voorkomend geval, de dalende volgorde van belangrijkheid van deze criteria, indien deze niet in de aankondiging van de opdracht zijn opgenomen;
c) de in artikel 139 bedoelde technische specificaties;
d) de minimumeisen waaraan de varianten moeten voldoen in de in artikel 149, lid 2, bedoelde procedures voor gunning aan de economisch voordeligste inschrijving, indien de aanbestedende dienst in de aankondiging van de opdracht heeft vermeld dat deze varianten zijn toegestaan;
e) de toepassing van het protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie of, in voorkomend geval, de Verdragen van Wenen inzake diplomatiek verkeer en consulaire betrekkingen;
f) de wijze waarop het bewijs van toegang tot de markten wordt geleverd, onder de in artikel 172 bedoelde voorwaarden;
g) bij de in artikel 131 bedoelde dynamische aankoopsystemen, de aard van de overwogen aankopen, alsmede alle gegevens betreffende het aankoopsysteem, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.
4. Het modelcontract vermeldt met name:
a) de forfaitaire schadevergoeding bij niet-naleving van de bepalingen ervan;
b) de vermeldingen die overeenkomstig artikel 102 op de facturen of de ondersteunende bewijsstukken moeten worden aangebracht;
c) dat, wanneer de instellingen de aanbestedende diensten zijn, op het contract het recht van de Unie van toepassing is, alsmede, in voorkomend geval, het nationale recht dat partijen zijn overeengekomen;
d) de in geval van geschil bevoegde rechter.
Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea van dit lid kan in het geval van opdrachten als bedoeld in artikel 121, lid 1, in het modelcontract uitsluitend naar het nationale recht worden verwezen.
5. De aanbestedende diensten kunnen inlichtingen eisen over het gedeelte van de opdracht dat de inschrijver voornemens is uit te besteden en over de identiteit van de onderaannemers. Naast de in artikel 143 bedoelde inlichtingen, kan de aanbestedende dienst ook eisen, dat de gegadigde of inschrijver inlichtingen verstrekt over de in de artikelen 146, 147 en 148 omschreven financiële, economische, technische en operationele geschiktheid van de beoogde onderaannemer, in het bijzonder wanneer de onderaanbesteding een aanzienlijk deel van de opdracht vertegenwoordigt.