Art. 14 Verordening (EU) nr. 1151/2012, Verband tussen merken, oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen
Verordening (EU) nr. 1151/2012
1. Wanneer een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding overeenkomstig deze verordening wordt geregistreerd, wordt de registratie van een merk waarvan het gebruik zou indruisen tegen artikel 13, lid 1, en dat betrekking heeft op een product van hetzelfde type, geweigerd indien de aanvraag tot registratie van het merk wordt ingediend na de datum van de indiening van de registratieaanvraag betreffende de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding bij de Commissie.
Merken die in strijd met de bepalingen van de eerste alinea zijn geregistreerd, worden nietig verklaard.
De bepalingen van dit lid gelden niettegenstaande Richtlijn 2008/95/EG.
2. Een merk waarvan het gebruik in strijd is met artikel 13, lid 1, waarvoor een aanvraag is ingediend, dat is gedeponeerd of dat is ingeschreven, of dat, mits de desbetreffende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, rechten heeft verworven door gebruik, te goeder trouw op het grondgebied van de Unie, vóór de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding bij de Commissie is ingediend, mag verder worden gebruikt en vernieuwd onverminderd het bepaalde in artikel 6, lid 4, en niettegenstaande de registratie van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding, op voorwaarde dat het merk geen aanleiding geeft tot nietig- of vervallenverklaring op grond van Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (22) of op grond van Richtlijn 2008/95/EG. In dergelijke gevallen wordt zowel het gebruik van de beschermde oorsprongsbenaming of de beschermde geografische aanduiding toegestaan als het gebruik van de desbetreffende merken.