Art. 25 Verordening (EU) nr. 648/2012, Erkenning van een in een derde land gevestigde CTP

Verordening (EU) nr. 648/2012

1. Een in een derde land gevestigde CTP mag uitsluitend clearingdiensten verrichten voor in de Unie gevestigde clearingleden of handelsplatforms indien die CTP is erkend door ESMA.

2. ESMA kan, na raadpleging van de in lid 3 bedoelde autoriteiten, een in een derde land gevestigde CTP die erkenning heeft aangevraagd voor het verrichten van bepaalde clearingdiensten of -activiteiten, erkennen indien:

a) de Commissie heeft een uitvoeringshandeling vastgesteld in overeenstemming met lid 6;

b) de CTP beschikt over een vergunning in het desbetreffende derde land, en is daar onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving waardoor volledige naleving van de in dat derde land geldende prudentiële vereisten is gewaarborgd;

c) er zijn samenwerkingsregelingen getroffen overeenkomstig lid 7;

d) de CTP is gevestigd in, of beschikt over een vergunning van, een derde land dat wordt beschouwd als een land met gelijkwaardige systemen voor de bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering als die van de Unie, in overeenstemming met de criteria zoals neergelegd in de onderlinge overeenstemming tussen de lidstaten met betrekking tot de gelijkwaardigheid onder Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (29).

3. Bij het beoordelen of aan de voorwaarden van lid 2 is voldaan, raadpleegt ESMA:

a) de bevoegde autoriteit van een lidstaat waar de CTP clearingdiensten verricht of voornemens is clearingdiensten te verrichten en waarvoor de CTP heeft gekozen;

b) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de clearingleden van de CTP die gevestigd zijn in de drie lidstaten met de grootste, of de naar verwachting van het CTP grootste bijdragen in het in artikel 42 bedoelde wanbetalingsfonds van de CTP, op geaggregeerde basis gedurende een periode van één jaar;

c) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de door de CTP bediende of te bedienen handelsplatforms in de Unie;

d) de bevoegde autoriteiten die toezicht uitoefenen op de in de Unie gevestigde CTP's waarmee interoperabiliteitsregelingen zijn getroffen;

e) de relevante leden van het ESCB van de lidstaten waar de CTP clearingdiensten verricht of voornemens is te verrichten en de relevante leden van het ESCB die verantwoordelijk zijn voor de supervisie op de CTP's waarmee interoperabiliteitsregelingen zijn getroffen;

f) de centrale banken die de meest relevante EU-valuta's van de geclearde of te clearen financiële instrumenten uitgeven.

4. De in lid 1 bedoelde CTP dient haar aanvraag in bij ESMA.

De aanvragende CTP verstrekt ESMA alle informatie die voor haar erkenning vereist is. Uiterlijk 30 werkdagen na ontvangst verifieert ESMA of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt ESMA een termijn vast waarbinnen de aanvragende CTP aanvullende informatie moet verstrekken.

Het erkenningsbesluit is gebaseerd op de voorwaarden van lid 2 en staat los van eventueel ter onderbouwing van een gelijkwaardigheidsbesluit als bedoeld in artikel 13, lid 3, uitgevoerde beoordelingen.

ESMA raadpleegt de autoriteiten en entiteiten als bedoel in lid 3, alvorens een besluit te nemen.

Binnen 180 werkdagen na de indiening van een volledige aanvraag informeert ESMA het aanvragende transactieregister schriftelijk onder opgaaf van alle redenen of de erkenning is verleend dan wel geweigerd.

ESMA publiceert op haar website een lijst van overeenkomstig deze verordening erkende CTP's.

5. ESMA toetst, na raadpleging van de autoriteiten en entiteiten als bedoeld in lid 3, de erkenning van een in een derde land gevestigde CTP in het geval dat deze CTP het bereik van zijn activiteiten en diensten in de Unie heeft uitgebreid. Die toetsing geschiedt in overeenstemming met leden 2, 3 en 4. ESMA kan de erkenning van deze CTP intrekken wanneer niet aan de voorwaarden die in lid 2 zijn neergelegd wordt voldaan en in soortgelijke omstandigheden als die welke in artikel 20 zijn beschreven.

6. De Commissie kan in overeenstemming met artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 een uitvoeringshandeling vaststellen, waarin wordt bepaald dat het juridisch en het toezichthoudend kader van een derde land waarborgen dat CTP's die in dat derde land over een vergunning beschikken, voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten zoals die zijn neergelegd in titel IV van deze verordening, dat deze CTP's in dat derde land doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving zijn onderworpen en dat het juridisch kader van dat derde land voorziet in een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP's waaraan uit hoofde van rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend.

7. ESMA sluit samenwerkingsovereenkomsten met de betrokken bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechts- en toezichtskader overeenkomstig lid 6 gelijkwaardig is bevonden aan deze verordening. In die regelingen wordt ten minste het volgende gespecificeerd:

a) het mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen ESMA en de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen, met inbegrip van toegang tot alle door ESMA gevraagde informatie over CTP's die in derde landen over een vergunning beschikken;

b) het mechanisme voor snelle kennisgeving aan ESMA wanneer de bevoegde autoriteit van een derde land van oordeel is dat een CTP waarop zij toezicht uitoefent, de voorwaarden van haar vergunning of andere wetgeving waaraan zij is onderworpen, schendt;

c) het mechanisme voor snelle kennisgeving aan ESMA door de bevoegde autoriteit van een derde land wanneer aan een CTP waarop zij toezicht uitoefent, het recht is verleend clearingdiensten te verrichten voor in de Unie gevestigde clearingleden of cliënten;

d) de procedures in verband met de coördinatie van toezichtactiviteiten, met inbegrip van, in voorkomend geval, inspecties ter plaatse.

8. Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de bijzonderheden te specificeren van de informatie die de kandidaat-CTP in zijn erkenningsaanvraag dient te verstrekken.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen