Art. 18 Verordening (EU) nr. 36/2012
In afwijking van artikel 14 kunnen de in bijlage III genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan volgende voorwaarden is voldaan:
a) de betrokken tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 14 bedoelde persoon, entiteit of lichaam in bijlage II of II bis is opgenomen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;
b) de betrokken tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gedekt of door een dergelijke uitspraak geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;
c) het retentierecht of het justitiële vonnis is niet ten behoeve van een in bijlage II of II bis genoemde persoon, entiteit of lichaam; en
d) de erkenning van het retentierecht of de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit artikel gegeven toestemming.