Art. 13 Verordening (EU) nr. 36/2012
1. Er geldt een verbod op:
a) het toekennen van financiële leningen of kredieten aan de in lid 2 bedoelde Syrische personen, entiteiten of lichamen;
b) het verwerven of vergroten van een deelname in de in lid 2 bedoelde Syrische personen, entiteiten of lichamen;
c) het oprichten van een joint venture met de in lid 2 bedoelde Syrische personen, entiteiten of lichamen;
d) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat de onder a), b) of c) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.
2. Het in lid 1 gestelde verbod geldt voor alle Syrische personen, entiteiten of lichamen die betrokken zijn bij:
a) de exploratie, productie of raffinage van aardolie; of
b) de bouw of installatie van nieuwe infrastructuur voor de productie van elektriciteit.
3. Uitsluitend voor de toepassing van lid 2 wordt verstaan onder:
a) "exploratie van aardolie": onder meer de exploratie naar, de prospectie naar en het beheer van aardoliereserves, alsmede het leveren van diensten op het gebied van de geologie in verband met deze reserves;
b) "raffinage": het verwerken, behandelen of marktklaar maken van aardolie met het oog op de verkoop van brandstoffen aan de eindverbruiker.
4. Het verbod van lid 1:
a) geldt onverminderd de uitvoering van een verplichting die voortvloeit uit een contract met betrekking tot:
i) de exploratie, productie of raffinage van aardolie, gesloten vóór 23 september 2011;
ii) de bouw of installatie van nieuwe centrales voor de opwekking van elektriciteit, gesloten vóór 19 januari 2012.
b) vormt geen belemmering voor het vergroten van een deelname met betrekking tot:
i) de exploratie, productie of raffinage van aardolie, indien deze vergroting valt onder een verplichting die is overeengekomen vóór 23 september 2011;
ii) de bouw of installatie van nieuwe centrales voor de opwekking van elektriciteit indien het vergroten van de deelname een verplichting vormt die voortvloeit uit een contract gesloten vóór 19 januari 2012.