Art. 2 Verordening (EU) nr. 1227/2011, Definities
Verordening (EU) nr. 1227/2011
Voor de doeleinden van deze verordening wordt verstaan onder:
1. „voorwetenschap”: niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk verband houdt met één of meerdere voor de groothandel bestemde energieproducten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de prijzen van deze voor de groothandel bestemde energieproducten.
Voor de toepassing van deze definitie gaat het daarbij om:
a) informatie die verplicht openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Verordeningen (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009, met inbegrip van richtsnoeren en netcodes die op grond van die verordeningen zijn vastgesteld;
b) informatie met betrekking tot de capaciteit en de benutting van faciliteiten voor productie, opslag, verbruik of transmissie van elektriciteit of aardgas, of informatie over de capaciteit en benutting van lng-installaties, met inbegrip van de geplande of ongeplande niet-beschikbaarheid van deze installaties;
c) informatie die verplicht openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Europese of nationale wet- en regelgeving, marktvoorschriften, contracten of gebruiken op de betrokken groothandelsmarkt voor energie, voor zover deze informatie waarschijnlijk een aanzienlijke invloed zou hebben op de prijzen van dergelijke voor de groothandel bestemde energieproducten, en
d) andere informatie die een redelijk handelende marktdeelnemer waarschijnlijk zal gebruiken om er zijn beslissing om over te gaan tot een transactie inzake of een order te plaatsen voor de handel in een voor de groothandel bestemd energieproduct ten dele op te baseren;
Informatie wordt als concreet beschouwd indien de informatie een reeks omstandigheden aanduidt, die zich voordoet of redelijkerwijs verwacht kan worden zich te zullen voordoen, of een gebeurtenis die plaatsgevonden heeft of die redelijkerwijs verwacht kan worden plaats te zullen vinden, en indien de informatie concreet genoeg is om een conclusie te kunnen trekken ten aanzien van het mogelijke effect van die reeks omstandigheden of gebeurtenis op de prijzen van voor de groothandel bestemde energieproducten;
2. „marktmanipulatie”:
a) het aangaan van een transactie of het geven van een handelsorder met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten:
i) die onjuiste of misleidende signalen geeft of waarschijnlijk zal geven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten;
ii) waarbij één of meer personen samenwerken om de prijs van één of meerdere voor de groothandel bestemde energieproducten op een kunstmatig niveau te houden, of pogen dat te doen, tenzij de persoon die de transactie is aangegaan of de handelsorders heeft geplaatst, aantoont dat zijn beweegredenen om de betreffende transactie aan te gaan of de handelsorder te plaatsen, gerechtvaardigd en in overeenstemming zijn met de gebruikelijke marktpraktijken op de desbetreffende groothandelsmarkt voor energie, of
iii) waarbij gebruik wordt gemaakt van of gepoogd wordt gebruik te maken van een oneigenlijke constructie of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding, waarmee onjuiste of misleidende signalen met betrekking tot de levering van, de vraag naar of de prijs van een voor de groothandel bestemd energieproduct worden afgegeven of waarschijnlijk worden afgegeven,
of
b) het verspreiden van informatie, via de media, met inbegrip van internet, of via andere kanalen, die onjuiste of misleidende signalen geeft of waarschijnlijk zal geven met betrekking tot de levering van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten, met inbegrip van de verspreiding van geruchten en valse of misleidende berichten, waarvan de persoon die de informatie verspreid heeft, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was.
Wanneer informatie wordt verspreid voor journalistieke of artistieke doeleinden, moet deze verspreiding van informatie worden beoordeeld met inachtneming van de regels die gelden met betrekking tot de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media, tenzij:
i) deze personen rechtstreeks of middellijk voordeel of winst behalen uit de verspreiding van deze informatie of de openbaarmaking, of
ii) de verspreiding tot doel heeft de markt te misleiden met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten;
3. „poging tot marktmanipulatie”:
a) het aangaan van een transactie, het plaatsen van een handelsorder of het ondernemen van enigerlei andere actie met betrekking tot een voor de groothandel bestemd energieproduct met de bedoeling:
i) onjuiste of misleidende signalen te geven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten;
ii) de prijs van één of meerdere voor de groothandel bestemde energieproducten op een kunstmatig niveau te houden, tenzij de persoon die de transacties is aangegaan of de handelsorders heeft geplaatst, aantoont dat zijn beweegredenen om de betreffende transactie aan te gaan of de handelsorder te plaatsen, gerechtvaardigd zijn en in overeenstemming zijn met de gebruikelijke marktpraktijken op de desbetreffende groothandelsmarkt voor energie, of
iii) gebruik te maken van een oneigenlijke constructie of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding, waarmee onjuiste of misleidende signalen met betrekking tot de levering van, de vraag naar of de prijs van een voor de groothandel bestemd energieproduct worden afgegeven of waarschijnlijk worden afgegeven,
of
b) het verspreiden van informatie via de media, met inbegrip van het internet, of via andere kanalen, met de bedoeling onjuiste of misleidende signalen te geven met betrekking tot de levering van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten.
4. „voor de groothandel bestemde energieproducten”: de volgende contracten en derivaten, ongeacht de plaats en wijze van verhandeling:
a) contracten voor de levering van elektriciteit of aardgas waarbij de levering plaatsvindt in de Unie;
b) derivaten met betrekking tot in de Unie geproduceerde, verhandelde of geleverde elektriciteit of aardgas;
c) contracten met betrekking tot het transport van elektriciteit of aardgas in de Unie;
d) derivaten met betrekking tot het transport van elektriciteit of aardgas in de Unie.
Contracten voor de levering en distributie van elektriciteit of aardgas aan eindgebruikers zijn geen voor de groothandel bestemde energieproducten. Contracten voor de levering en distributie van elektriciteit of aardgas aan eindgebruikers met een verbruikscapaciteit aan elektriciteit of aardgas groter dan de capaciteit, genoemd onder punt 5, tweede alinea, worden echter behandeld als voor de groothandel bestemde energieproducten;
5. „verbruikscapaciteit”: het verbruik van een eindgebruiker van elektriciteit ofwel aardgas die zijn productiecapaciteit volledig benut. Dit omvat het volledige verbruik door deze eindgebruiker als enkele economische eenheid, voor zover het gebruik plaatsvindt op markten met onderling gekoppelde groothandelsprijzen.
Voor de toepassing van deze definitie wordt het verbruik van individuele installaties, onder het toezicht van een enkele economische eenheid, die een verbruikscapaciteit hebben van minder dan 600 GWh per jaar, niet in aanmerking genomen, voor zover deze installaties geen gezamenlijke invloed uitoefenen op de prijzen van de groothandelsmarkt voor energie omdat zij zich op afzonderlijke relevante geografische markten bevinden;
6. „groothandelsmarkt voor energie”: elke markt in de Unie waarop voor de groothandel bestemde energieproducten worden verhandeld;
7. „marktdeelnemer”: elke persoon, met inbegrip van transmissiesysteembeheerders, die transacties aangaat, onder meer door handelsorders te plaatsen, op één of meer groothandelsmarkten voor energie;
8. „persoon”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;
9. „bevoegde financiële autoriteit”: een bevoegde autoriteit die is aangewezen overeenkomstig de in artikel 11 van Richtlijn 2003/6/EG vastgestelde procedure;
10. „nationale regulerende instantie”: een nationale regulerende instantie die is aangewezen overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (10) of artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas (11);
11. „transmissiesysteembeheerder”: als bedoeld in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2009/72/EG en artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2009/73/EG;
12. „moederonderneming”: een moederonderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van de Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g,) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (12);
13. „verbonden onderneming”: een dochteronderneming of iedere andere onderneming waarin een deelneming bestaat, of een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 12, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG;
14. „distributie van aardgas” als bedoeld in artikel 2, punt 5, van Richtlijn 2009/73/EG;
15. „distributie van elektriciteit” als bedoeld in artikel 2, punt 5, van Richtlijn 2009/72/EG.