Art. 1 Verordening (EU) nr. 1227/2011, Onderwerp, toepassingsgebied en verband met andere wetgeving van de Unie

Verordening (EU) nr. 1227/2011

1. Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld, die misbruik met gevolgen voor de groothandelsmarkten voor energie verbieden en die coherent zijn met de voorschriften die van toepassing zijn op de financiële markten, en met de goede werking van deze groothandelsmarkten voor energie, daarbij rekening houdend met hun specifieke kenmerken. De verordening voorziet in toezicht op de groothandelsmarkt voor energie door het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (hierna het „Agentschap” genoemd) in nauwe samenwerking met de nationale regulerende instanties en rekening houdend met de interacties tussen het systeem voor de handel in emissierechten en de groothandelsmarkten voor energie.

2. Deze verordening is van toepassing op de handel in de voor de groothandel bestemde energieproducten. De artikelen 3 en 5 van deze verordening zijn niet van toepassing op voor de groothandel bestemde energieproducten die financiële instrumenten zijn en waarop artikel 9 van Richtlijn 2003/6/EG van toepassing is. Deze verordening laat Richtlijnen 2003/6/EG en 2004/39/EG evenals de toepassing van Europees mededingingsrecht op de onder deze verordening vallende praktijken onverlet.

3. Het Agentschap, de nationale regulerende instanties, ESMA, de bevoegde financiële autoriteiten van de lidstaten en, waar passend, de nationale mededingingsautoriteiten werken samen om ervoor te zorgen dat de toepasselijke regelgeving op gecoördineerde wijze wordt gehandhaafd wanneer acties betrekking hebben op één of meerdere financiële instrumenten waarop artikel 9 van Richtlijn 2003/6/EG van toepassing is, alsook op één of meer voor de groothandel bestemde energieproducten waarop de artikelen 3, 4 en 5 van deze verordening van toepassing zijn.

4. De raad van bestuur van het Agentschap ziet erop toe dat het Agentschap de uit hoofde van deze verordening toegewezen taken uitvoert in overeenstemming met deze verordening en Verordening (EG) nr. 713/2009.

5. De directeur van het Agentschap raadpleegt de raad van regulatoren van het Agentschap inzake alle aspecten van de omzetting van deze verordening en houdt terdege rekening met het advies van de raad.

Verwijst naar

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Volgende artikelen