Art. 33 Verordening (EU) nr. 1077/2011, Uitvoering van de begroting
Verordening (EU) nr. 1077/2011
1. De begroting van het Agentschap wordt door de uitvoerend directeur uitgevoerd.
2. De uitvoerend directeur verstrekt de begrotingsautoriteit jaarlijks alle informatie die relevant is voor het resultaat van de evaluatieprocedures.
3. Uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, doet de rekenplichtige van het Agentschap de voorlopige rekeningen van het Agentschap, vergezeld van een verslag over het begrotings- en financieel beheer tijdens het begrotingsjaar, toekomen aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer. De voorlopige rekeningen van de instellingen en de gedecentraliseerde organen worden overeenkomstig artikel 128 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 door de rekenplichtige van de Commissie geconsolideerd.
4. De rekenplichtige van het Agentschap zendt het verslag over het begrotings- en financieel beheer, uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, tevens aan de begrotingsautoriteit toe.
5. Overeenkomstig artikel 129 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 maakt de uitvoerend directeur, nadat het Agentschap de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen heeft ontvangen, onder eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van het Agentschap op en legt hij deze voor advies aan de raad van bestuur voor.
6. De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van het Agentschap.
7. Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, doet de uitvoerend directeur de definitieve rekeningen, vergezeld van het advies van de raad van bestuur, toekomen aan de begrotingsautoriteit, de rekenplichtige van de Commissie, de Rekenkamer, alsmede de landen die zijn betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Eurodac-maatregelen.
8. De definitieve rekeningen worden bekendgemaakt.
9. De opmerkingen van de Rekenkamer worden uiterlijk op 30 september door de uitvoerend directeur beantwoord. De uitvoerend directeur zendt het antwoord tevens toe aan de raad van bestuur.
10. Op verzoek van het Europees Parlement verstrekt de uitvoerend directeur overeenkomstig artikel 146, lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 de inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar.
11. Vóór 15 mei van het jaar n + 2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar n.