Art. 85 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Voorwaarden voor de toepassing van groen oogsten en niet oogsten

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011

1. De lidstaten moeten met betrekking tot groen oogsten en niet oogsten:

a) bepalingen voor de uitvoering van de maatregelen vaststellen, onder meer inzake de voorafgaande meldingen van niet oogsten en groen oogsten, de desbetreffende inhoud en termijnen, de te betalen vergoeding en de toepassing van de maatregelen, alsmede de lijst van voor de maatregelen in aanmerking komende producten,

b) bepalingen vaststellen om te voorkomen dat de uitvoering van deze maatregelen een negatieve milieu-impact of negatieve fytosanitaire gevolgen heeft;

c) de nodige controles op de correcte uitvoering van de maatregelen verrichten, onder meer met betrekking tot de bepalingen onder a) en b), en bij niet-correcte uitvoering, de toepassing van de maatregelen niet goedkeuren.

2. Producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties die van plan zijn groen te oogsten of niet te oogsten, melden dit aan de hand van een schriftelijk of elektronisch bericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat.

De eerste melding van een bepaald jaar en voor een bepaald product dient een op de verwachte marktsituatie gebaseerde analyse te bevatten die groen oogsten als een crisispreventiemaatregel rechtvaardigt.

3. Groen oogsten en niet oogsten mogen niet samen worden toegepast voor hetzelfde product en dezelfde oppervlakte in een bepaald jaar, noch in twee opeenvolgende jaren.

4. De voor groen oogsten en niet oogsten toegepaste vergoedingen, waaronder zowel de bijdrage van de Unie als die van de producentenorganisatie valt, zijn hectarebetalingen die de lidstaat in het kader van lid 1, onder a), vaststelt:

a) op een niveau dat slechts de uit de toepassing van de maatregel voortvloeiende aanvullende kosten dekt, rekening houdend met het milieu- en fytosanitaire beheer dat nodig is om te voldoen aan de krachtens lid 1, onder b), vastgestelde bepalingen, of

b) op een niveau dat niet meer dekt dan 90 % van het in artikel 79 bedoelde maximale steunniveau voor het uit de markt nemen van producten.