Art. 69 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Steunaanvragen
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011
1. Voor elk operationeel programma waarvoor steun wordt aangevraagd, dient de producentenorganisatie uiterlijk op 15 februari na het jaar waarvoor de steun wordt aangevraagd, bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat een aanvraag om toekenning van de steun of van het saldo van de steun in.
2. Bij de steunaanvraag worden bewijsstukken gevoegd met betrekking tot:
a) de aangevraagde steun;
b) de waarde van de afgezette productie;
c) de van de leden ontvangen financiële bijdragen en de bijdragen van de producentenorganisatie zelf;
d) de voor het operationele programma verrichte uitgaven;
e) de naar actie uitgesplitste uitgaven voor crisispreventie- en crisisbeheersmaatregelen;
f) het naar actie uitgesplitste deel van het actiefonds dat is besteed aan crisispreventie- en crisisbeheersmaatregelen;
g) de naleving van artikel 103 quater, lid 2, artikel 103 quater, lid 3, eerste alinea, en artikel 103 quinquies van Verordening (EG) nr. 1234/2007;
h) een schriftelijke verbintenis waarin wordt aangegeven dat zij geen overlappende financiering uit uniale dan wel nationale bron heeft ontvangen voor maatregelen en/of acties die in aanmerking komen voor steun uit hoofde van de onderhavige verordening, en
i) in het geval van een aanvraag voor een betaling die is gebaseerd op een in artikel 60, lid 2, bedoeld forfaitair standaardtarief, het bewijs van uitvoering van de betrokken actie.
3. De steunaanvraag mag betrekking hebben op geprogrammeerde, maar niet daadwerkelijk gedane uitgaven indien de volgende elementen worden aangetoond:
a) de betrokken acties konden om redenen die buiten de controle van de betrokken producentenorganisatie vielen, niet worden uitgevoerd tegen 31 december van het jaar van uitvoering van het operationele programma;
b) die acties kunnen wel worden uitgevoerd tegen 30 april na het jaar waarvoor de steun wordt aangevraagd, en
c) een gelijkwaardige bijdrage van de producentenorganisatie blijft in het actiefonds.
De steun wordt slechts uitbetaald en de overeenkomstig artikel 71, lid 3, gestelde zekerheid slechts vrijgegeven, als het bewijs wordt geleverd dat de in de eerste alinea, onder b), bedoelde geprogrammeerde uitgaven zijn verricht uiterlijk op 30 april na het jaar waarvoor de betrokken uitgaven waren geprogrammeerd, en voor zover wordt vastgesteld dat daadwerkelijk aanspraak op de steun kan worden gemaakt.
4. Wanneer de aanvraag na de in lid 1 vastgestelde datum wordt ingediend, wordt de steun per dag overschrijding met 1 % gekort.
In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat aanvragen die na de in lid 1 vastgestelde datum zijn ingediend, toch aanvaarden indien de nodige controles zijn uitgevoerd en de in artikel 70 vastgestelde betalingstermijn in acht wordt genomen.
5. Unies van producentenorganisaties mogen een in lid 1 bedoelde steunaanvraag indienen namens hun leden, mits deze leden producentenorganisaties zijn en mits voor alle leden afzonderlijk lid de krachtens lid 2 vereiste bewijsstukken worden ingediend. De producentenorganisaties zijn de eindbegunstigden van de steun.