Art. 50 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Grondslag voor de berekening

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011

1. De waarde van de door een producentenorganisatie afgezette productie wordt berekend op basis van de door de producentenorganisatie en haar leden geproduceerde groenten en fruit waarvoor de producentenorganisatie is erkend. In de waarde van de afgezette productie mogen groenten en fruit worden meegerekend die overeenkomstig artikel 4 niet aan de handelsnormen hoeven te voldoen.

2. In de waarde van de afgezette productie wordt de productie van leden meegerekend die tot de producentenorganisatie toetreden of deze verlaten. De lidstaten stellen voorwaarden vast om dubbeltelling te voorkomen.

3. In de waarde van de afgezette productie wordt de waarde van verwerkte groenten en fruit of van enig ander product dat geen product van de groente- en fruitsector is, niet meegerekend.

Indien producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, daarbij aangesloten producenten of dochterondernemingen als bedoeld in lid 9 van dit artikel, voor verwerking bestemde groenten en fruit zelf of via uitbesteding hebben verwerkt tot groente- en fruitproducten als bedoeld in bijlage I, deel X, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, of tot enig ander verwerkt product als bedoeld in dit artikel en nader omschreven in bijlage VI bij deze verordening, wordt de waarde van de afgezete productie van voor verwerking bestemde groenten en fruit berekend als forfaitair percentage van de gefactureerde waarde van die verwerkte producten. Dit forfaitaire percentage bedraagt:

a) 53 % voor vruchtensappen;

b) 73 % voor geconcentreerde vruchtensappen;

c) 77 % voor tomatenconcentraat;

d) 62 % voor ingevroren groenten en fruit;

e) 48 % voor groenten- en fruitconserven;

f) 70 % voor conserven van paddenstoelen van het geslacht Agaricus;

g) 81 % voor voorlopig in pekel verduurzaamde vruchten;

(h) 81 % voor gedroogde vruchten;

i) 27 % voor andere verwerkte groenten en fruit;

j) 12 % voor verwerkte aromatische kruiden;

k) 41 % voor paprikapoeder.

4. De lidstaten mogen de producentenorganisaties toestaan de waarde van de bijproducten te verrekenen in de waarde van de afgezette productie.

5. De waarde van de afgezette productie omvat de waarde van de uit de markt genomen en overeenkomstig artikel 103 quinquies, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 weggewerkte producten, die wordt geschat op basis van de gemiddelde prijs waartegen de producentenorganisatie deze producten tijdens de vorige referentieperiode heeft afgezet.

6. Alleen de door de producentenorganisatie afgezette productie die door haar zelf en/of door de bij haar aangesloten producenten is geproduceerd, wordt meegerekend in de waarde van de afgezette productie. De productie van de bij een bepaalde producentenorganisatie aangesloten producenten die overeenkomstig artikel 125 bis, lid 2, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt afgezet door een tweede, daartoe door die bepaalde producentenorganisatie aangewezen producentenorganisatie, wordt verrekend in de waarde van de afgezette productie van de tweede producentenorganisatie.

7. De afgezette productie van groenten en fruit wordt, indien van toepassing, in het stadium „af producentenorganisatie” gefactureerd als in bijlage I, deel IX, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 opgenomen product dat is verwerkt en verpakt, exclusief:

a) btw;

b) kosten voor intern transport wanneer de verzamel- of verpakkingscentra van de producentenorganisatie op een aanzienlijke afstand van haar distributiecentrum gelegen zijn. De lidstaten bepalen welke verlagingen moeten worden toegepast op de factuurwaarde van producten die in verschillende stadia van levering of vervoer zijn gefactureerd, en zetten in hun nationale strategie nauwkeurig uiteen welke afstand als aanzienlijk wordt beschouwd.

8. De waarde van de afgezette productie kan ook worden berekend in het stadium „af unie van producentenorganisaties”, op dezelfde grondslag als is vastgesteld in lid 7.

9. De waarde van de afgezette productie kan ook worden berekend in het stadium „af dochteronderneming”, op dezelfde grondslag als is vastgesteld in lid 7, op voorwaarde dat ten minste 90 % van het kapitaal van de dochteronderneming in handen is:

a) van één of meer producentenorganisatie of unies van producentenorganisaties, en/of

b) van bij de producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties aangesloten producenten, indien dit wordt goedgekeurd door de lidstaat en indien zo wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de in artikel 122, eerste alinea, onder c), en artikel 125 ter, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 opgenomen doelstellingen.

10. Bij uitbesteding wordt de waarde van de afgezette productie berekend in het stadium „af producentenorganisatie” en zij omvat dan de toegevoegde economische waarde van de activiteit die de producentenorganisatie heeft uitbesteed aan haar leden, aan derde partijen of aan een andere dan een in lid 9 bedoelde dochteronderneming.

11. Wanneer de productie als gevolg van weersomstandigheden, dier- of plantenziekten of plagen afneemt, mogen de op grond daarvan door de verzekering uitgekeerde vergoedingen in het kader van oogstverzekeringsmaatregelen uit hoofde van hoofdstuk III, sectie 6, of door de producentenorganisatie beheerde gelijkwaardige maatregelen worden verrekend in de waarde van de afgezette productie.