Art. 125 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Gemeenschappelijke prestatie-indicatoren

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011

1. De controle en de evaluatie van de nationale strategieën en de operationele programma's hebben tot doel na te gaan in hoeverre en hoe efficiënt en doeltreffend vooruitgang wordt geboekt met het nastreven van de voor de operationele programma's vastgestelde doelen.

2. Vooruitgang, efficiëntie en doeltreffendheid worden beoordeeld aan de hand van een in bijlage VIII opgenomen lijst van gemeenschappelijke prestatie-indicatoren die betrekking hebben op de uitgangssituatie, de financiële uitvoering, de output, de resultaten en de impact van de uitgevoerde operationele programma's.

3. Wanneer een lidstaat dat als passend beschouwt, wordt in de nationale strategie een beperkte reeks aanvullende, op die strategie toegesneden indicatoren opgenomen die overeenstemmen met nationale en/of regionale behoeften, omstandigheden en doelen die specifiek zijn voor de operationele programma's die door de producentenorganisaties worden uitgevoerd. Eventueel beschikbare aanvullende indicatoren inzake milieudoelstellingen die niet door de gemeenschappelijke prestatie-indicatoren worden gedekt, moeten in de nationale strategie worden opgenomen.