Art. 3 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Afgifte en beheer van visvergunningen
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunningen zijn elk slechts geldig voor één EU-vissersvaartuig.
2. De in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunningen worden door de lidstaten met betrekking tot hun vissersvaartuigen afgegeven, beheerd en ingetrokken overeenkomstig de in de onderhavige verordening vastgestelde bepalingen.
3. De in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunningen bevatten op zijn minst de in bijlage II vermelde gegevens.
4. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1281/2005 afgegeven visvergunningen die op zijn minst de krachtens lid 3 van dit artikel vereiste gegevens bevatten, worden beschouwd als overeenkomstig de onderhavige verordening afgegeven visvergunningen.
5. Een visvergunning is slechts geldig zolang aan de voorwaarden die aan de basis van de afgifte ervan lagen, wordt voldaan.
6. Indien een visvergunning tijdelijk wordt geschorst of definitief wordt ingetrokken, stellen de autoriteiten van de vlaggenlidstaat de houder van die visvergunning onmiddellijk daarvan in kennis.
7. De in BT of kW uitgedrukte totale capaciteit waarvoor een lidstaat visvergunningen heeft afgegeven, mag op geen enkel moment groter zijn dan het maximale capaciteitsniveau dat voor die lidstaat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, Verordening (EG) nr. 1438/2003 van de Commissie (22), Verordening (EG) nr. 639/2004 van de Raad (23) en Verordening (EG) nr. 2104/2004 van de Commissie (24).