Art. 2 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Definities
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
(1) „EU-vissersvaartuig”: vaartuig als gedefinieerd in artikel 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad (20);
(2) „EU-wateren”: wateren als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 2371/2002;
(3) „houder van een visvergunning”: elke natuurlijke of rechtspersoon aan wie een in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunning is afgegeven;
(4) „EU-inspecteurs”: in artikel 4, punt 7, van de controleverordening gedefinieerde inspecteurs;
(5) „visaantrekkende voorzieningen”: op zee drijvende uitrustingen of verankerde uitrustingen waarmee wordt beoogd vis aan te trekken;
(6) „passief vistuig”: alle soorten vistuig die tijdens het vissen niet actief hoeven te worden voortbewogen, met inbegrip van:
a) kieuwnetten, warnetten, schakelnetten en kommen,
b) drijvende kieuwnetten en drijvende schakelnetten, al of niet voorzien van verankerings-, drijf- en positiesignaleringsvoorzieningen,
c) beuglijnen, kubben en korven en vallen;
(7) „boomkor”: een trawl die wordt opengehouden door een boom of een soortgelijke voorziening, en al dan niet ondersteund over de zeebodem wordt gesleept;
(8) „volgsysteem voor vaartuigen” (VMS), als bedoeld in artikel 9, lid 1, van de controleverordening: een systeem voor het volgen van vissersvaartuigen via satelliet, dat de visserijautoriteiten regelmatig voorziet van gegevens over de locatie, de koers en de snelheid van vaartuigen;
(9) „satellietvolgapparatuur”, als bedoeld in artikel 4, lid 12, van de controleverordening: een aan boord van een vissersvaartuig geïnstalleerd apparaat dat de positie- en aanverwante gegevens automatisch overeenkomstig de rechtsvoorschriften naar het visserijcontrolecentrum verstuurt en dat het mogelijk maakt het vissersvaartuig te allen tijde te detecteren en te identificeren;
(10) „visreis”: elke verplaatsing die een vissersvaartuig met het oog op het verrichten van visserijactiviteiten maakt en die begint wanneer het vissersvaartuig een haven verlaat en eindigt wanneer het in een haven aankomt;
(11) „visserijactiviteit”: elke activiteit in verband met het zoeken naar vis, het te water laten, slepen en binnenhalen van actief vistuig, het te water laten, uitzetten, verwijderen of verplaatsen van passief vistuig, en het verwijderen van de vangst uit het vistuig, het bewaarnet of uit een transportkooi naar een mest- of een kweekkooi;
(12) „elektronisch visserijlogboek”: het geautomatiseerde register van gegevens over de visserijactiviteit dat door de kapitein van het vissersvaartuig aan de autoriteiten van de lidstaat wordt verzonden;
(13) „aanbiedingsvorm van het product”: de staat van verwerking van het visserijproduct of delen daarvan overeenkomstig de codes en omschrijvingen in bijlage I;
(14) „Europees Bureau voor visserijcontrole”: het bureau dat is gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad (21);
(15) „waarneming”: de waarneming van een vissersvaartuig door een bevoegde autoriteit van een lidstaat;
(16) „commercieel gevoelige informatie”: gegevens die bij vrijgave de commerciële belangen van een marktdeelnemer kunnen schaden;
(17) „geautomatiseerd valideringssysteem”: een systeem dat kan verifiëren of alle in de gegevensbestanden van de lidstaten geregistreerde gegevens correct en volledig zijn en tijdig zijn overgelegd;
(18) „webdienst”: een softwaresysteem dat is ontworpen voor de ondersteuning van interoperabele machine-tot-machine netwerkinteractie.