Art. 159 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Verzoek om handhavingsmaatregelen

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. De aangezochte lidstaat neemt op basis van het in artikel 156 van de onderhavige verordening bedoelde bewijsmateriaal en op verzoek van hetzij de verzoekende lidstaat, hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie alle handhavingsmaatregelen die nodig zijn voor de onmiddellijke stopzetting van gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid of van in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken op zijn grondgebied of in onder zijn soevereiniteit of jurisdictie vallende maritieme wateren.

2. De aangezochte lidstaat kan met hetzij de verzoekende lidstaat hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie overleg plegen bij het nemen van de in lid 1 bedoelde handhavingsmaatregelen.

3. De aangezochte lidstaat rapporteert, via de in artikel 152 bedoelde ene enkele autoriteit, aan de verzoekende lidstaat, de andere betrokken lidstaten en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie welke maatregelen zijn genomen en met welke resultaten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen