Art. 156 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Algemene voorschriften
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De verzoekende lidstaat zorgt ervoor dat alle bijstandsverzoeken voldoende informatie bevatten om de aangezochte lidstaat in staat te stellen aan het verzoek te voldoen, inclusief noodzakelijk bewijsmateriaal dat op het grondgebied van de verzoekende lidstaat kan worden verkregen.
2. Bijstandsverzoeken mogen slechts betrekking hebben op onderbouwde gevallen waarin om gegronde redenen wordt aangenomen dat de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid niet zijn nageleefd, en met name dat een in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuk heeft plaatsgevonden, en waarin de verzoekende lidstaat zonder hulp van buitenaf de gevraagde informatie niet kan verkrijgen of de gevraagde maatregelen niet kan nemen.