Art. 23, Instandhouding van het gezin
1. De lidstaten zorgen ervoor dat het gezin in stand kan worden gehouden.
2. De lidstaten waarborgen dat gezinsleden van de persoon die internationale bescherming geniet die zelf niet in aanmerking komen voor dergelijke bescherming aanspraak kunnen maken op de in de artikelen 24 tot en met 35 genoemde voordelen, overeenkomstig de nationale procedures en voor zover verenigbaar met de persoonlijke juridische status van het gezinslid.
3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer het gezinslid op grond van de hoofdstukken III en V uitgesloten is van internationale bescherming.
4. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de lidstaten de daarin bedoelde rechten weigeren, beperken of intrekken om redenen van nationale veiligheid of openbare orde.
5. De lidstaten kunnen besluiten dat dit artikel ook geldt voor andere naaste verwanten die ten tijde van het vertrek uit het land van herkomst deel uitmaakten van het gezin van de persoon die internationale bescherming geniet, en die op dat tijdstip volledig of grotendeels te zijnen laste kwamen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 2 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2668
- Rb. Den Haag 24 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2586
- Rb. Den Haag 6 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9957
- Rb. Den Haag 19 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8223
- Rb. Den Haag 25 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10487
- Rb. Den Haag 24 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6115
- Rb. Den Haag 3 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2012
- Rb. Den Haag 24 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8616