Rb. Den Haag 24 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2586
Statushouder Duitsland – gezinsleven en het belang van het kind zijn volgens het Hof van Justitie geen absolute rechten en staan daarom niet absoluut in de weg aan de bevoegdheid om een asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren als een andere lidstaat het eerdere verzoek om internationale bescherming al heeft ingewilligd – verweerder dient echter wel te motiveren waarom hij gebruik maakt van deze bevoegdheid als een beroep wordt gedaan op 7 Handvest en 24, lid 2, Handvest – verweerder moet zich kenbaar rekenschap geven van de gevolgen van zijn besluit, van de doelstelling van de regeling en van de omstandigheid dat hij óók bevoegd is om de eenheid van het gezin wel te waarborgen - het niet-ontvankelijk verklaren mag geen automatisme zijn maar vereist dus, net als bij een inhoudelijke beoordeling van een asielaanvraag, maatwerk – beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 24 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:586
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS 20 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:187
- Rb. Den Haag 22 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12774
- Rb. Den Haag 22 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11524
- ABRvS 29 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:278
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:197
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:780
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:9
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:103