Art. 4 Richtlijn 2011/89/EU, Wijzigingen in Richtlijn 2009/138/EG
Richtlijn 2009/138/EG wordt als volgt gewijzigd:
1) In artikel 212, lid 1, komen punten f) en g) als volgt te luiden:
„f) „verzekeringsholding”: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding is, en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verkrijgen en houden van deelnemingen in dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, dan wel verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen zijn, van welke dergelijke dochterondernemingen er ten minste één een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is;
g) „gemengde verzekeringsholding”: een moederonderneming die geen verzekeringsonderneming, verzekeringsonderneming van een derde land, herverzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming van een derde land, verzekeringsholding of gemengde financiële holding is, en die onder haar dochterondernemingen ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming telt;
h) „gemengde financiële holding”: een gemengde financiële holding als omschreven in artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG.”.
2) In artikel 213 worden de leden 2 en 3 vervangen door:
„2. De lidstaten zien erop toe dat het toezicht op groepsniveau wordt uitgeoefend:
a) overeenkomstig de artikelen 218 tot en met 258 op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die een deelnemende onderneming in ten minste één verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming, verzekeringsonderneming van een derde land of herverzekeringsonderneming van een derde land zijn;
b) overeenkomstig de artikelen 218 tot en met 258 op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie is;
c) overeenkomstig de artikelen 260 tot en met 263 op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is met hoofdkantoor in een derde land, of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming in een derde land;
d) overeenkomstig artikel 265 op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan de moederonderneming een gemengde verzekeringsholding is.
3. In de in lid 2, onder a) of b), bedoelde gevallen, waarin de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de verzekeringsholding of gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie hetzij een verbonden onderneming van een gereglementeerde entiteit of zelf een gereglementeerde entiteit is, of een gemengde financiële holding die overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG aan aanvullend toezicht is onderworpen, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten, besluiten het in artikel 244 van deze richtlijn bedoelde toezicht op de risicoconcentratie, het in artikel 245 van deze richtlijn bedoelde toezicht op intragroeptransacties, of beide, niet uit te oefenen op het niveau van deze deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of deze verzekeringsholding of gemengde financiële holding.
4. Indien een gemengde financiële holding onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van zowel deze richtlijn als van Richtlijn 2002/87/EG, met name in termen van risicogebaseerd toezicht, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten, besluiten om op deze gemengde financiële holding alleen de relevante bepalingen van Richtlijn 2002/87/EG toe te passen.
5. Indien een gemengde financiële holding onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van zowel deze richtlijn als van Richtlijn 2006/48/EG, met name in termen van risicogebaseerd toezicht, kan de met de uitoefening van het aanvullende toezicht belaste bevoegde autoriteit, in onderlinge overeenstemming met de consoliderende toezichthouder van de sector banken en de sector beleggingsdiensten, besluiten om alleen de bepalingen toe te passen van de richtlijn die betrekking heeft op de belangrijkste sector als omschreven in overeenstemming met artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG.
6. De groepstoezichthouder brengt de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (*20) (EBA) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (*21) (EIOPA) op de hoogte van de krachtens de leden 4 en 5 ter genomen besluiten. De EBA, EIOPA en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 (*22) (ESMA), stellen via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Gemengd Comité) richtsnoeren op om de toezichtpraktijken te laten convergeren en stellen binnen drie jaar na de goedkeuring van deze richtsnoeren een voorstel op voor technische reguleringsnormen, die zij binnen drie jaar na de vaststelling van de richtsnoeren aan de Commissie voorleggen.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.
(*20) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12."
(*21) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48."
(*22) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.”."
3) Artikel 214, lid 1, wordt vervangen door:
„1. De uitoefening van het groepstoezicht overeenkomstig artikel 213 betekent niet dat de toezichthoudende autoriteiten een toezichtfunctie moeten uitoefenen ten aanzien van de verzekeringsonderneming van een derde land, de herverzekeringsonderneming van een derde land, de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de gemengde verzekeringsholding als zodanig, onverminderd artikel 257 wat verzekeringsholdings of gemengde financiele holdings betreft.”.
4) In artikel 215 worden de leden 1 en 2 vervangen door:
„1. Ingeval de in artikel 213, lid 2, onder a) en b), bedoelde deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding of gemengde financiele holding zelf een dochteronderneming van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een andere verzekeringsholding of van een andere gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie is, zijn de artikelen 218 tot en met 258 alleen van toepassing op het niveau van de uiteindelijke moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding die zijn hoofdkantoor in de Unie heeft.
2. Indien de in lid 1 bedoelde uiteindelijke moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding of gemengde financiële holding die zijn hoofdkantoor in de Unie heeft, een dochteronderneming is van een overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG aan aanvullend toezicht onderworpen onderneming, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten, besluiten het in artikel 244 bedoelde toezicht op de risicoconcentratie, het in artikel 245 bedoelde toezicht op intragroeptransacties, of beide, niet uit te oefenen op het niveau van deze uiteindelijke moederonderneming of vennootschap.”.
5) Artikel 216, lid 1, wordt vervangen door:
„1. Indien het in de Unie gelegen hoofdkantoor van de in artikel 213, lid 2, onder a) en b), bedoelde deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding of gemengde financiële holding niet in dezelfde lidstaat is gelegen als de in artikel 215 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op Gemeenschapsniveau, kunnen de lidstaten hun toezichthoudende autoriteiten toestaan dat zij, na raadpleging van de groepstoezichthouder en deze uiteindelijke moederonderneming op Unieniveau, besluiten de uiteindelijke moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding of gemengde financiële holding op nationaal niveau aan het groepstoezicht te onderwerpen.”.
6) Artikel 219 wordt vervangen door:
„Artikel 219
Berekeningsfrequentie
1. De groepstoezichthouder zorgt ervoor dat de in artikel 218, leden 2 en 3, bedoelde berekeningen ten minste eenmaal per jaar worden uitgevoerd, door de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, door de verzekeringsholding of door de gemengde financiële holding.
De voor de berekening benodigde gegevens en de resultaten van de berekening worden aan de groepstoezichthouder voorgelegd door de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding of door de tot de groep behorende onderneming die door de groepstoezichthouder na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en met de groep zelf is aangewezen.
2. Het solvabiliteitskapitaalvereiste (Solvency Capital Requirement) van de groep wordt continu door de verzekeringsonderneming, de herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding en de gemengde financiële holding bewaakt. Wanneer het risicoprofiel van de groep in significante mate afwijkt van de veronderstellingen die aan het laatst gerapporteerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep ten grondslag liggen, wordt het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep onmiddellijk herberekend en aan de groepstoezichthouder medegedeeld.
Indien er aanwijzingen zijn dat het risicoprofiel van de groep in aanzienlijke mate is gewijzigd sinds de datum waarop de laatste rapportage van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep heeft plaatsgevonden, kan de groepstoezichthouder een herberekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep verlangen.”.
7) Artikel 226 wordt vervangen door:
„Artikel 226
Verzekeringstussenholdings
1. Bij de berekening van de groepssolvabiliteit van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming met een deelneming in een verbonden verzekeringsonderneming, een verbonden herverzekeringsonderneming, een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land, middels een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding, wordt met de positie van de verzekeringsholding of gemengde financiële holding in aanmerking genomen.
Louter voor deze berekening wordt de verzekeringstussenholding of de gemengde financiële tussenholding behandeld als betrof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onderworpen is aan de voorschriften van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdelingen 1, 2 en 3, met betrekking tot het solvabiliteitskapitaalvereiste en aan dezelfde voorwaarden als die van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 3, onderafdelingen 1, 2 en 3, met betrekking tot het voor het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen.
2. Indien een verzekeringstussenholding of een gemengde financiële tussenholding achtergestelde schuldvorderingen of ander in aanmerking komend eigen vermogen bezit waarvoor overeenkomstig artikel 98 een bovengrens geldt, worden deze bestanddelen slechts als in aanmerking komend eigen vermogen erkend ten belope van het bedrag dat wordt verkregen door de in artikel 98 vastgelegde bovengrens toe te passen op het totale in aanmerking komend eigen vermogen op groepsniveau in vergelijking met het solvabiliteitskapitaalvereiste op groepsniveau.
In aanmerking komend eigen vermogen van een verzekeringstussenholding of een gemengde financiële tussenholding, waarvoor de voorafgaande toestemming van de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 90 zou zijn vereist indien het wordt gehouden door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mag alleen in de berekening van de groepssolvabiliteit worden betrokken voor zover daarvoor toestemming is gekregen van de groepstoezichthouder.”.
8) In artikel 231, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:
„1. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of indien de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding gezamenlijk een aanvraag indienen om zowel het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen, bepalen de betrokken toezichthoudende autoriteiten in onderling overleg of zij deze aanvraag al dan niet inwilligen en onder welke eventuele voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.”.
9) Artikel 233, lid 5, wordt vervangen door:
„5. Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding gezamenlijk een aanvraag indienen om het solvabiliteitskapitaalvereiste van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen, is artikel 231 mutatis mutandis van toepassing.”.
10) In titel III, hoofdstuk II, deel 1, komt de titel van onderafdeling 5 als volgt te luiden:
„Toezicht op de groepssolvabiliteit van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die dochterondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding zijn”.
11) Artikel 235 wordt vervangen door:
„Artikel 235
Groepssolvabiliteit van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding
1. Indien verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dochterondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding zijn, draagt de groepstoezichthouder er zorg voor dat de solvabiliteit van de groep op het niveau van de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding wordt berekend met toepassing van artikel 220, lid 2, tot en met artikel 233.
2. Bij deze berekening wordt de moederonderneming behandeld als betrof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onderworpen is aan de voorschriften van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdelingen 1, 2 en 3, met betrekking tot het solvabiliteitskapitaalvereiste en aan dezelfde voorwaarden als die van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 3, onderafdelingen 1, 2 en 3, met betrekking tot het voor het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen.”.
12) Artikel 243 wordt vervangen door:
„Artikel 243
Dochterondernemingen van een verzekeringsholding en een gemengde financiële holding
De artikelen 236 tot en met 242 zijn mutatis mutandis van toepassing op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die dochterondernemingen van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding zijn.”.
13) Artikel 244, lid 2, wordt vervangen door:
„2. De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings regelmatig en ten minste eenmaal per jaar iedere significante risicoconcentratie op het niveau van de groep aan de groepstoezichthouder moeten rapporteren, tenzij artikel 215, lid 2, van toepassing is.
De benodigde informatie wordt aan de groepstoezichthouder medegedeeld door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die aan het hoofd van de groep staat of, indien geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het hoofd van de groep staat, door de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep welke door de groepstoezichthouder na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en met de groep is aangewezen.
De in de eerste alinea bedoelde risicoconcentraties staan onder controle van de groepstoezichthouder.”.
14) Artikel 245, lid 2, wordt vervangen door:
„2. De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings regelmatig en ten minste eenmaal per jaar alle significante intragroeptransacties door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in een groep aan de groepstoezichthouder moeten rapporteren, met inbegrip van transacties met een natuurlijke persoon die nauwe banden heeft met een onderneming van die groep, tenzij artikel 215, lid 2, van toepassing is.
Daarnaast schrijven de lidstaten voor dat zeer significante intragroeptransacties moeten worden gerapporteerd zo spoedig als praktisch mogelijk is.
De benodigde informatie wordt aan de groepstoezichthouder meegedeeld door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die aan het hoofd van de groep staat of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep welke door de groepstoezichthouder na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en met de groep is aangewezen.
De intragroeptransacties staan onder toezichthoudende controle van de groepstoezichthouder.”.
15) In artikel 246, lid 4, komen de eerste, tweede en derde alinea’s als volgt te luiden:
„4. De lidstaten schrijven voor dat de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding de bij artikel 45 voorgeschreven beoordeling op het niveau van de groep moeten uitvoeren. De op groepsniveau uitgevoerde beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit wordt overeenkomstig de voorschriften van hoofdstuk III door de groepstoezichthouder gecontroleerd.
Wanneer de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de groep wordt uitgevoerd volgens methode 1 zoals bedoeld in artikel 230, dan zorgt de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding ervoor dat de groepstoezichthouder een helder inzicht heeft in het verschil tussen de som van de solvabiliteitskapitaalvereisten van alle verbonden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van de groep en het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep.
De deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding mag, als de groepstoezichthouder daarmee instemt, alle bij artikel 45 voorgeschreven beoordelingen tegelijkertijd op het niveau van de groep en op het niveau van een dochteronderneming van de groep uitvoeren en mag zij een enkel document opstellen dat op alle beoordelingen betrekking heeft.”.
16) Artikel 247, lid 2, onder b), wordt vervangen door:
„b) indien aan het hoofd van een groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, de volgende toezichthoudende autoriteit:
i) indien de moederonderneming van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding is, de toezichthoudende autoriteit die aan deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming vergunning heeft verleend;
ii) indien meerdere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in de Unie dezelfde verzekeringsholding of gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan een van deze ondernemingen vergunning is verleend in de lidstaat waar de verzekeringsholding of gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, de toezichthoudende autoriteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in die lidstaat vergunning is verleend;
iii) indien meerdere verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings met hoofdkantoor in verschillende lidstaten aan het hoofd van de groep staan en er in elk van deze lidstaten een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, de toezichthoudende autoriteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met het hoogste balanstotaal;
iv) indien meerdere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in de Unie dezelfde verzekeringsholding of gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan geen van deze ondernemingen vergunning is verleend in de lidstaat waar de verzekeringsholding of gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, de toezichthoudende autoriteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in die lidstaat vergunning is verleend met het hoogste balanstotaal, of
v) indien de groep een groep is zonder moederonderneming, of in elk geval niet bedoeld onder i) tot en met iv) de toezichthoudende autoriteit die vergunning heeft verleend aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met het hoogste balanstotaal.”.
17) Aan artikel 249, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
„De groepstoezichthouder verschaft de betrokken toezichthoudende autoriteiten en EIOPA informatie met betrekking tot de groep, in overeenstemming met artikel 19, artikel 51, lid 1, en artikel 254, lid 2, met name over de juridische structuur, het bestuur en de organisatiestructuur van de groep.”.
18) In artikel 256 worden de leden 1 en 2 vervangen door:
„1. De lidstaten schrijven voor dat deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings jaarlijks een verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand op het niveau van de groep openbaar moeten maken. De artikelen 51, 53, 54 en 55 zijn mutatis mutandis van toepassing.
2. Een deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding kan, mits de groepstoezichthouder daarmee instemt, één enkel verslag over haar solvabiliteit en financiële toestand verstrekken, dat het volgende bevat:
a) de informatie op het niveau van de groep welke overeenkomstig lid 1 openbaar moet worden gemaakt;
b) de informatie voor elk van de dochterondernemingen binnen de groep, welke informatie individueel te identificeren dient te zijn en welke overeenkomstig de artikelen 51, 53, 54 en 55 openbaar moet worden gemaakt.
Alvorens overeenkomstig de eerste alinea zijn instemming te geven raadpleegt de groepstoezichthouder de leden van het college van toezichthouders, waarbij hij naar behoren rekening houdt met hun standpunten en voorbehouden.”.
19) Artikel 257 wordt vervangen door:
„Artikel 257
Bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings
De lidstaten eisen dat alle personen die de verzekeringsholding of gemengde financiële holding feitelijk besturen, betrouwbaar en deskundig genoeg zijn om deze functies uit te oefenen.
Artikel 42 is mutatis mutandis van toepassing.”.
20) In artikel 258 worden de leden 1 en 2 vervangen door:
„1. Indien de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in een groep de voorschriften van de artikelen 218 tot en met 246 niet naleven, of indien de voorschriften in acht worden genomen maar de solvabiliteit toch dreigt te worden ondermijnd, of indien de intragroeptransacties of de risicoconcentraties de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bedreigen, wordt door de volgende autoriteiten de nodige maatregelen worden getroffen om de situatie zo spoedig mogelijk recht te zetten:
a) de groepstoezichthouder wat de verzekeringsholding en gemengde financiële holding betreft;
b) de toezichthoudende autoriteiten wat de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen betreft.
Indien de groepstoezichthouder in het in de eerste alinea, onder a), bedoelde geval geen van de toezichthoudende autoriteiten is van de lidstaat waar de verzekeringsholding of gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, stelt de groepstoezichthouder deze toezichthoudende autoriteiten in kennis van zijn bevindingen opdat deze de nodige maatregelen kunnen nemen.
Indien de groepstoezichthouder in het in de eerste alinea, onder b), bedoelde geval geen van de toezichthoudende autoriteiten is van de lidstaat waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar hoofdkantoor heeft, stelt de groepstoezichthouder deze toezichthoudende autoriteiten in kennis van zijn bevindingen opdat deze de nodige maatregelen kunnen nemen.
Onverminderd lid 2, bepalen de lidstaten welke maatregelen hun toezichthoudende autoriteiten met betrekking tot verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings kunnen nemen.
De betrokken toezichthoudende autoriteiten, ook de groepstoezichthouder, coördineren zo nodig hun maatregelen.
2. Onverminderd hun strafrechtelijke bepalingen, voorzien de lidstaten in sancties of andere maatregelen ten aanzien van verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings die de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen overtreden die ter omzetting van deze richtlijn zijn uitgevaardigd, of ten aanzien van de personen die daadwerkelijk leiding geven aan deze ondernemingen. De toezichthoudende autoriteiten werken nauw samen om erop toe te zien dat die sancties of maatregelen doeltreffend zijn, met name wanneer het hoofdbestuur of hoofdvestiging van een verzekeringsholding of gemengde financiële holding niet in dezelfde lidstaat is gevestigd als statutaire zetel.”.
21) Artikel 262 wordt vervangen door:
„Artikel 262
Moederondernemingen die in een derde land zijn gevestigd: ontbreken van gelijkwaardigheid
1. Indien de overeenkomstig artikel 260 uitgevoerde verificatie uitwijst dat een gelijkwaardig toezicht ontbreekt, passen de lidstaten mutatis mutandis op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ofwel de artikelen 218 tot en met 258, met uitzondering van de artikelen 236 tot en met 243, ofwel één van de in lid 2 van dit artikel bedoelde methoden toe.
De algemene beginselen en methoden vervat in de artikelen 218 tot en met 258 zijn van toepassing op het niveau van de verzekeringsholding, de gemengde financiële holding, de verzekeringsonderneming van het derde land of de herverzekeringsonderneming van het derde land.
Uitsluitend voor de berekening van de groepssolvabiliteit wordt de moederonderneming behandeld alsof het een verzekerings- of herverzekeringsonderneming was die onderworpen is aan dezelfde voorwaarden als die van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 3, onderafdelingen 1, 2 en 3, wat het voor het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komend eigen vermogen betreft, en aan:
a) een overeenkomstig de beginselen van artikel 226 bepaald solvabiliteitskapitaalvereiste als het een verzekeringsholding of gemengde financiële holding is;
b) een overeenkomstig de beginselen van artikel 227 bepaald solvabiliteitskapitaalvereiste als het een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land is.
2. De lidstaten staan hun toezichthoudende autoriteiten toe andere methoden toe te passen die een passend toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in een groep waarborgen. Die methoden moeten worden goedgekeurd door de de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten.
De toezichthoudende autoriteiten kunnen meer bepaald verlangen dat een verzekeringsholding met hoofdkantoor in de Unie of een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie wordt opgericht, en op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep aan het hoofd waarvan deze verzekeringsholding of gemengde financiële holding staat, deze titel toepassen.
De gekozen methoden bieden de mogelijkheid de doeleinden van het groepstoezicht als omschreven in deze titel te verwezenlijken en worden aan de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de Commissie medegedeeld.”.
22) In artikel 263 worden de eerste en tweede alinea vervangen door:
„Ingeval de in artikel 260 bedoelde moederonderneming zelf een dochteronderneming van een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding die zijn hoofdkantoor in een derde land heeft, dan wel een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is, voeren de lidstaten de verificatie als bedoeld in artikel 260 alleen uit op het niveau van de uiteindelijke moederonderneming die een verzekeringsholding van een derde land, een gemengde financiële holding van een derde land, een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land is.
Toezichthoudende autoriteiten kunnen evenwel, bij gebreke van een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in artikel 260, een nieuwe verificatie uitvoeren op een lager niveau waar er een moederonderneming van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bestaat, ongeacht of het een verzekeringsholding van een derde land, een gemengde financiële holding van een derde land, een verzekeringsonderneming van een derde land of een herverzekeringsonderneming van een derde land betreft.”.