Art. 11 Richtlijn 2011/61/EU, Intrekking van de vergunning

Richtlijn 2011/61/EU

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder mogen de vergunning die aan een abi-beheerder is verleend, intrekken indien deze:

a) binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik maakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven geen gebruik van de vergunning te zullen maken of de onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende werkzaamheid gedurende een periode van zes maanden heeft gestaakt, tenzij de betrokken lidstaat voorschrijft dat de vergunning in die gevallen vervalt;

b) de vergunning door middel van valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze heeft verworven;

c) niet meer voldoet aan de voorwaarden op basis waarvan de vergunning is verleend;

d) niet meer voldoet aan Richtlijn 2006/49/EG indien zijn vergunning ook het in artikel 6, lid 4, onder a), van deze richtlijn genoemde portefeuillebeheer op discretionaire basis bestrijkt;

e) de bij deze richtlijn vastgestelde bepalingen in ernstige mate of systematisch heeft overtreden; of

f) in één van de gevallen verkeert waarin nationale voorschriften ten aanzien van buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende aangelegenheden in intrekking voorzien.