Art. 4 Verordening (EU) nr. 1210/2010, Vereisten voor tests en muntsorteermachines
Verordening (EU) nr. 1210/2010
1. Voor de uitvoering van artikel 3, lid 1, onder a), gebruiken de instellingen enkel de types muntsorteermachines die bij de aangewezen nationale autoriteit of het ETWC een bevredigende detectietest ondergaan hebben en zich op het ogenblik van aankoop op de webpagina waarvan sprake in artikel 5, lid 2, bevinden. De instellingen zien erop toe dat de machines regelmatig opnieuw afgesteld worden om hun sorterend vermogen te behouden, met inachtneming van de wijzigingen die aan de lijst van artikel 5, lid 2, worden aangebracht. De detectietest controleert of een muntsorteermachine in staat is om de bekende typen valse euromunten, en bij dezelfde gelegenheid de euromunten die voor circulatie ongeschikt zijn en alle andere op munten lijkende voorwerpen die niet aan de specificaties van echte euromunten voldoen, te weigeren.
2. Voor een overgangsperiode die loopt tot 31 december 2014, kunnen de lidstaten op specifieke punten van de eerste zin van lid 1 afwijken, voor muntsorteermachines die op 11 januari 2011 in gebruik waren en in staat gebleken zijn om valse euromunten, euromunten die voor circulatie ongeschikt zijn en andere voorwerpen die er als munten uitzien die niet aan de specificaties van echte euromunten voldoen, te ontdekken, ook als die machines niet op de lijst van artikel 5, lid 2, staan. Deze afwijkingen worden na raadpleging van de deskundigengroep vervalsing vastgesteld.