Art. 62 Verordening (EU) nr. 1095/2010, Begroting van de Autoriteit
Verordening (EU) nr. 1095/2010
1. De ontvangsten van de Autoriteit, een Europees orgaan in de zin van artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (47) (hierna het „Financieel Reglement”), bestaan met name uit een of meer van de volgende elementen:
a) verplichte bijdragen van de voor toezicht op de financiëlemarktdeelnemers bevoegde nationale openbare autoriteiten, die worden bepaald overeenkomstig een formule die gebaseerd is op de stemmenweging van artikel 3, lid 3, van het Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen. Voor de toepassing van dat artikel blijft artikel 3, lid 3, van Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen ook na de daarin vastgestelde uiterste termijn van 31 oktober 2014 van toepassing;
b) een subsidie van de Unie uit de algemene begroting van de Europese Unie (afdeling Commissie);
c) vergoedingen die aan de Autoriteit worden betaald in de gevallen als bedoeld in de relevante rechtsinstrumenten van de Unie.
2. De uitgaven van de Autoriteit bestaan ten minste uit personele, administratieve, loon- en infrastructuurkosten, kosten van beroepsopleiding en werkingskosten.
3. De ontvangsten en uitgaven zijn in evenwicht.
4. Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle ontvangsten en uitgaven van de Autoriteit geraamd en vervolgens opgenomen in de begroting van de Autoriteit.