Art. 44 Verordening (EU) nr. 1095/2010, Besluitvorming

Verordening (EU) nr. 1095/2010

1. De raad van toezichthouders besluit met gewone meerderheid van zijn leden, waarbij elk lid één stem heeft.

Met betrekking tot de in de artikelen 10 tot en met 16 genoemde handelingen en de ingevolge artikel 9, lid 5, derde alinea, en hoofdstuk VI en in afwijking van de eerste alinea van dit lid aangenomen maatregelen en besluiten, besluit de raad van toezichthouders met een gekwalificeerde meerderheid van zijn leden, als bepaald in artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in artikel 3 van het Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen.

Met betrekking tot besluiten ingevolge artikel 19, lid 3, inzake besluiten van de consoliderende toezichthouder wordt het door het panel voorgestelde besluit geacht te zijn aangenomen indien het is goedgekeurd door een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders, tenzij het wordt verworpen door leden die samen een blokkerende minderheid vormen in de zin van artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en van artikel 3 van het Protocol (nr. 36) betreffende de overgangsbepalingen.

Met betrekking tot alle andere besluiten overeenkomstig artikel 19, lid 3, wordt het door het panel voorgestelde besluit aangenomen met een gewone meerderheid van de leden van de raad van toezichthouders, waarbij elk lid één stem heeft.

2. De vergaderingen van de raad van toezichthouders worden door de voorzitter, op eigen initiatief of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden bijeengeroepen, en worden door de voorzitter voorgezeten.

3. De raad van toezichthouders stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend.

4. Het reglement van orde omvat de nadere regelingen voor de stemming, daaronder begrepen in voorkomend geval de quorumregeling. De niet-stemgerechtigde leden en de waarnemers, met uitzondering van de voorzitter en de uitvoerend directeur, wonen geen besprekingen binnen de raad van toezichthouders bij die betrekking hebben op individuele financiëlemarktdeelnemers, behoudens andersluidende bepaling in artikel 75 of in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen.