Art. 36 Verordening (EU) nr. 1095/2010, Verhouding met het ESRB

Verordening (EU) nr. 1095/2010

1. De Autoriteit werkt nauw en op regelmatige basis met het ESRB samen.

2. De Autoriteit verstrekt het ESRB regelmatig en tijdig de informatie die nodig is voor de vervulling van zijn taken. Alle voor de vervulling van zijn taken benodigde gegevens die niet in een samengevatte of geaggregeerde vorm beschikbaar zijn, worden na een met redenen omkleed verzoek onverwijld aan het ESRB verstrekt, als bepaald in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1092/2010. De Autoriteit beschikt, in samenwerking met het ESRB, over adequate interne procedures voor de verzending van vertrouwelijke informatie, met name informatie betreffende individuele financiëlemarktdeelnemers.

3. De Autoriteit geeft, overeenkomstig de leden 4 en 5, een behoorlijke follow-up aan waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

4. Bij ontvangst van een tot de Autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB roept de Autoriteit onverwijld een vergadering van de raad van toezichthouders bijeen en beoordeelt zij de implicaties van een dergelijke waarschuwing of aanbeveling voor de vervulling van haar taken.

Zij neemt, volgens de toepasselijke besluitvormingsprocedure, een besluit over alle maatregelen die moeten worden genomen overeenkomstig de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden voor de behandeling van de in de waarschuwingen en aanbevelingen aangewezen kwesties.

Indien de Autoriteit aan een aanbeveling geen gevolg geeft, motiveert zij dit voor het ESRB en de Raad.

5. Bij ontvangst van een tot een bevoegde nationale toezichthoudende autoriteit gerichte waarschuwing of aanbeveling van het ESRB maakt de Autoriteit in voorkomend geval van de bij deze verordening aan haar verleende bevoegdheden gebruik om een tijdige follow-up te verzekeren.

Een adressaat die voornemens is de aanbevelingen van het ESRB niet op te volgen, omkleedt zijn voornemen met redenen die hij voorlegt aan en bespreekt met de raad van toezichthouders.

De bevoegde autoriteit houdt naar behoren met de zienswijzen van de raad van toezichthouders rekening wanneer zij de Raad en het ESRB informeert overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

6. Bij het vervullen van de in deze verordening vastgestelde taken houdt de Autoriteit zoveel mogelijk rekening met de waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB.