Art. 19 Verordening (EU) nr. 1095/2010, Schikking van meningsverschillen tussen bevoegde autoriteiten in grensoverschrijdende situaties

Verordening (EU) nr. 1095/2010

1. Onverminderd de in artikel 17 vastgestelde bevoegdheden kan de Autoriteit, indien een bevoegde autoriteit in procedureel of inhoudelijk opzicht van mening verschilt over door een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat genomen of niet genomen maatregelen in de gevallen die zijn vermeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen, op verzoek van een of meer betrokken bevoegde autoriteiten die autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming overeenkomstig de in de leden 2 tot en met 4 van dit artikel vastgestelde procedure.

In de gevallen vermeld in de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgeving en indien op basis van objectieve criteria een verschil van mening tussen de bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten kan worden vastgesteld, kan de Autoriteit, op eigen initiatief, die autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming overeenkomstig de in de leden 2 tot en met 4 vastgestelde procedure.

2. De Autoriteit stelt een termijn vast voor verzoening tussen de bevoegde autoriteiten rekening houdend met desbetreffende termijnen die in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen worden bepaald en met de complexiteit en urgentie van de aangelegenheid. In dat stadium treedt de Autoriteit als bemiddelaar op.

3. Indien de bevoegde autoriteiten er niet in geslaagd zijn tijdens de in lid 2 bedoelde verzoeningsfase tot overeenstemming te komen, kan de Autoriteit overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, derde en vierde alinea, een besluit nemen dat de bevoegde autoriteiten verplicht specifieke maatregelen te nemen of van het nemen van maatregelen af te zien om de zaak te schikken, met bindende werking voor de betrokken bevoegde autoriteiten, teneinde de naleving van het Unierecht te garanderen.

4. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie volgens artikel 258 VWEU kan, wanneer een bevoegde autoriteit het besluit van de Autoriteit niet naleeft en er daardoor niet in slaagt te verzekeren dat een financiëlemarktdeelnemer voldoet aan de eisen die krachtens de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen rechtstreeks op die instelling toepasselijk zijn, de Autoriteit een tot die financiëlemarktdeelnemer gericht individueel besluit nemen op grond waarvan die financiëlemarktdeelnemer de nodige maatregelen dient te nemen om te voldoen aan haar verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van haar activiteiten.

5. Op grond van lid 4 vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld. Maatregelen van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot feiten die onderworpen worden aan een besluit ingevolge lid 3 of lid 4 dienen verenigbaar te zijn met die besluiten.

6. De voorzitter van de Autoriteit vermeldt in het in artikel 50, lid 2, bedoelde verslag de aard en het type van de meningsverschillen tussen bevoegde autoriteiten, de bereikte overeenkomsten en de besluiten die genomen zijn om die meningsverschillen te schikken.