Art. 6 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Indiening en intrekking van biedingen
Verordening (EU) nr. 1031/2010
1. De minimumhoeveelheid waarop kan worden geboden is één kavel.
Een kavel tweedaagse spot of vijfdaagse futures omvat 500 emissierechten.
Een kavel futures of forwards omvat 1 000 emissierechten.
2. Elke bieding omvat de volgende gegevens:
a) de identiteit van de bieder en of de bieder zijn bieding uitbrengt voor eigen rekening dan wel voor een cliënt;
b) indien de bieder zijn bieding uitbrengt voor een cliënt, de identiteit van de cliënt;
c) het aantal emissierechten in gehele veelvouden van kavels van 500 of 1 000 emissierechten;
d) de biedprijs per emissierecht, in euro, met twee cijfers achter de komma.
3. Uitgebrachte biedingen mogen worden gewijzigd of ingetrokken gedurende het vastgestelde biedingsinterval.
Reeds uitgebrachte biedingen mogen worden gewijzigd of ingetrokken tot een vastgesteld tijdstip vóór de afsluiting van het biedingsinterval. Dat tijdstip wordt door het betrokken veilingplatform vastgesteld en ten minste vijf handelsdagen voor de opening van het biedingsinterval op de website van dat veilingplatform bekendgemaakt.
Slechts een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon die overeenkomstig artikel 19, lid 2, onder d), is aangewezen en die gemachtigd is om een bieder te binden voor alle doeleinden in verband met de veilingen, met inbegrip van het uitbrengen van een bieding („de vertegenwoordiger van de bieder”) is gerechtigd biedingen namens een bieder uit te brengen, te wijzigen of in te trekken.
Een bieding is bindend zodra zij is uitgebracht, tenzij zij overeenkomstig dit lid wordt ingetrokken of gewijzigd of overeenkomstig lid 4 wordt ingetrokken.
4. Indien ten genoegen van het desbetreffende platform is aangetoond dat bij het uitbrengen van de bieding een kennelijke fout is gemaakt, kan het op verzoek van de vertegenwoordiger van de bieder, na de afsluiting van het biedingsinterval maar voordat de toewijzingsprijs wordt vastgesteld, de foutief uitgebrachte bieding als ingetrokken beschouwen.
5. Het in ontvangst nemen, doorgeven en uitbrengen van een bieding door een beleggingsonderneming of kredietinstelling op een veilingplatform wordt geacht een beleggingsdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2004/39/EG te zijn als het veilingproduct een financieel instrument is.