Art. 3 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Definities
Verordening (EU) nr. 1031/2010
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. „futures”: emissierechten die worden geveild als financiële instrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie (10), waarvan de levering plaatsvindt op een overeengekomen toekomstig tijdstip tegen de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van deze verordening vastgestelde toewijzingsprijs en waarbij in contanten wordt voldaan aan de margin calls in verband met prijsschommelingen;
2. „forwards”: emissierechten die worden geveild als financiële instrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1287/2006, waarvan de levering plaatsvindt op een overeengekomen toekomstig tijdstip tegen de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van deze verordening vastgestelde toewijzingsprijs en waarbij aan de margin calls in verband met prijsschommelingen naar keuze van de centrale tegenpartij wordt voldaan in andere zekerheden dan contanten of door middel van een overeengekomen overheidsgarantie;
3. „tweedaagse spot”: emissierechten die worden geveild en die op een overeengekomen tijdstip ten laatste op de tweede handelsdag na de dag van de veiling moeten worden geleverd, overeenkomstig artikel 38, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1287/2006;
4. „vijfdaagse futures”: emissierechten die worden geveild als financiële instrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1287/2006, waarbij de levering op een overeengekomen tijdstip ten laatste op de vijfde handelsdag na de dag van de veiling plaatsvindt;
5. „bieding”: een in een veiling uitgebracht bod om een bepaalde hoeveelheid emissierechten tegen een vastgestelde prijs te verwerven;
6. „biedingsinterval”: het tijdsinterval waarbinnen biedingen kunnen worden uitgebracht;
7. „handelsdag”: elke dag waarop een veilingplatform en het daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem open zijn voor de handel;
8. „beleggingsonderneming”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG;
9. „kredietinstelling”: hetzelfde als in artikel 4, punt 1, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (11);
10. „financieel instrument”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 17, van Richtlijn 2004/39/EG, tenzij anders bepaald in deze verordening;
11. „secundaire markt”: de markt waarop personen emissierechten kopen of verkopen voor- of nadat deze hetzij kosteloos, hetzij door veiling zijn toegewezen;
12. „moederonderneming”: hetzelfde als in de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad (12);
13. „dochteronderneming”: hetzelfde als in de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG;
14. „verbonden onderneming”: een onderneming die in een in artikel 12, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG bedoelde betrekking staat tot een moeder- of dochteronderneming;
15. „zeggenschap”: hetzelfde als in artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (13), zoals toegepast in de Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties (14). Om te bepalen wat bij staatsondernemingen onder „zeggenschap” wordt verstaan, zijn overweging 22 van die verordening en de punten 52 en 53 van die mededeling van toepassing;
16. „veilingproces”: het proces dat de vaststelling van de veilingkalender, de procedures voor het verkrijgen van toelating om te bieden, de procedures voor het uitbrengen van biedingen, het houden van de veiling, de berekening en bekendmaking van de resultaten van de veiling, de regelingen voor de betaling van de verschuldigde prijs, de levering van de emissierechten en het beheer van de zekerheden die nodig zijn ter dekking van eventuele transactierisico's, alsook het toezicht op en de bewaking van het goede verloop van de veilingen door een veilingplatform omvat;
17. „witwassen van geld”: hetzelfde als in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2005/60/EG in combinatie met artikel 1, leden 3 en 5, van die richtlijn;
18. „financiering van terrorisme”: hetzelfde als in artikel 1, lid 4, van Richtlijn 2005/60/EG in combinatie met artikel 1, lid 5, van die richtlijn;
19. „criminele activiteiten”: hetzelfde als in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2005/60/EG;
20. „veiler”: een openbaar of particulier lichaam dat door een lidstaat wordt aangewezen om voor die lidstaat emissierechten te veilen;
21. „aangewezen tegoedrekening”: één of meer typen tegoedrekening waarin de uit hoofde van artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde toepasselijke verordening van de Commissie voorziet met het oog op de deelname aan of de organisatie van het veilingproces, met inbegrip van de bewaring van als borg gedeponeerde emissierechten in afwachting van de levering daarvan overeenkomstig deze verordening;
22. „aangewezen bankrekening”: een door een veiler, een bieder of zijn rechtsopvolger aangewezen bankrekening voor het ontvangen van overeenkomstig deze verordening verschuldigde betalingen;
23. „klantenonderzoeksprocedure”: hetzelfde als in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG in combinatie met artikel 8, lid 2, van die richtlijn;
24. „uiteindelijke begunstigde”: hetzelfde als in artikel 3, punt 6, van Richtlijn 2005/60/EG;
25. „naar behoren gewaarmerkte kopie”: een authentieke kopie van een oorspronkelijk document die als eensluidende kopie van het origineel is gewaarmerkt door een erkende advocaat, accountant, notaris of soortgelijke beroepsbeoefenaar die krachtens het interne recht van de betrokken lidstaat bevoegd is officieel te verklaren dat een kopie werkelijk een eensluidende kopie van het origineel is;
26. „publiek prominente personen”: hetzelfde als in artikel 3, punt 8, van Richtlijn 2005/60/EG;
27. „marktmisbruik”: hetzij handel met voorwetenschap als omschreven in punt 28 van dit artikel en verboden bij artikel 38, hetzij marktmanipulatie als omschreven in punt 30 van dit artikel of artikel 37, onder b), hetzij een combinatie van beide;
28. „handel met voorwetenschap”: het gebruik van voorwetenschap, zoals verboden bij de artikelen 2, 3 en 4 van Richtlijn 2003/6/EG, met betrekking tot een financieel instrument in de zin van artikel 1, punt 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zoals bedoeld in artikel 9 van die richtlijn, tenzij anders bepaald in deze verordening;
29. „voorwetenschap”: hetzelfde als in artikel 1, punt 1, van Richtlijn 2003/6/EG, met betrekking tot een financieel instrument in de zin van artikel 1, punt 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zoals bedoeld in artikel 9 van die richtlijn, tenzij anders bepaald in deze verordening;
30. „marktmanipulatie”: hetzelfde als in artikel 1, punt 2, van Richtlijn 2003/6/EG, met betrekking tot een financieel instrument in de zin van artikel 1, punt 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zoals bedoeld in artikel 9 van die richtlijn, tenzij anders bepaald in deze verordening;
31. „clearingsysteem”: één of meer met het veilingplatform verbonden infrastructuurelementen die kunnen zorgen voor clearing, margining, verrekening, beheer van zekerheden, afwikkeling en levering en alle andere door een centrale tegenpartij verrichte diensten, en die hetzij direct, hetzij indirect toegankelijk zijn via leden van de centrale tegenpartij die als tussenpersoon optreden tussen hun cliënten en de centrale tegenpartij;
32. „clearing”: alle vóór de opening van het biedingsinterval, tijdens het biedingsinterval en na de afsluiting van het biedingsinterval, tot aan de afwikkeling, plaatsvindende processen, waaronder het beheer van eventuele risico's die zich in de loop van dat tijdsbestek voordoen, met inbegrip van margining, verrekening of schuldvernieuwing, alsook alle andere diensten die eventueel door een clearing- of afwikkelingssysteem worden uitgevoerd;
33. „margining”: het proces waarbij een veiler of een bieder, of één of meer namens deze handelende tussenpersonen, zekerheden moet(en) storten ter dekking van een bepaalde financiële positie; het begrip omvat het gehele proces van bepaling, berekening en beheer van de ter dekking van dergelijke financiële posities ingebrachte zekerheden die moeten garanderen dat alle betalingsverbintenissen van een bieder en alle leveringsverbintenissen van een veiler, of van één of meer namens dezen handelende tussenpersonen, binnen een zeer korte termijn kunnen worden nagekomen;
34. „afwikkeling”: de betaling door een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger of een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie van het bedrag dat verschuldigd is voor aan die bieder of zijn rechtsopvolger of een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie te leveren emissierechten, en de levering van de emissierechten aan de succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger of een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie;
35. „centrale tegenpartij”: een entiteit die bemiddelt, hetzij rechtstreeks tussen een veiler en een bieder of zijn rechtsopvolger, hetzij tussen de tussenpersonen die hen vertegenwoordigen, die ten aanzien van ieder van hen optreedt als enige tegenpartij en die ervoor zorgt dat, onverminderd artikel 48, de opbrengsten van de veiling worden uitbetaald aan de veiler of een tussenpersoon die hem vertegenwoordigt en dat de geveilde emissierechten worden geleverd aan de bieder of een tussenpersoon die hem vertegenwoordigt;
36. „afwikkelingssysteem”: elke infrastructuur, ongeacht of zij met het veilingplatform is verbonden of niet, die afwikkelingsdiensten kan verrichten, waaronder in voorkomend geval clearing, verrekening, beheer van zekerheden of enige andere dienst, die het uiteindelijk mogelijk maken dat emissierechten namens een veiler aan een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger worden geleverd en dat het verschuldigde bedrag door de bieder of zijn rechtsopvolger aan de veiler wordt betaald, hetgeen geschiedt via:
a) het bancaire systeem en het register van de Unie; of
b) één of meer afwikkelende instanties die optreden namens een veiler en een bieder of zijn rechtsopvolger, welke toegang hebben tot de afwikkelende instantie, hetzij direct, hetzij indirect via leden van de afwikkelende instantie die als tussenpersoon optreden tussen hun cliënten en de afwikkelende instantie;
37. „afwikkelende instantie”: een entiteit die optreedt als agent voor de beschikbaarstelling van rekeningen bij het veilingplatform, via welke rekeningen de opdrachten tot overdracht van de geveilde emissierechten die door de veiler of een hem vertegenwoordigende tussenpersoon worden gegeven alsook de betaling van de toewijzingsprijs door de succesvolle bieder, zijn rechtsopvolger of een hen vertegenwoordigende tussenpersoon, veilig, tezelfdertijd of bijna tezelfdertijd en op gewaarborgde wijze worden uitgevoerd;
38. „zekerheden”: de in artikel 2, onder m), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad (15) bedoelde soorten zakelijke zekerheden, eventueel met inbegrip van emissierechten die door het clearingsysteem of afwikkelingssysteem als waarborg worden geaccepteerd;
39. „gereglementeerde markt”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG;
40. „kmo's”: exploitanten of vliegtuigexploitanten die kleine of middelgrote ondernemingen zijn in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (16);
41. „kleine emittenten”: exploitanten of vliegtuigexploitanten die in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin zij aan een veiling deelnemen, gemiddeld niet meer dan 25 000 ton kooldioxide-equivalent hebben uitgestoten, zoals gestaafd door hun geverifieerde emissies;
42. „marktexploitant”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 13, van Richtlijn 2004/39/EG;
43. „vestiging”:
a) voor de toepassing van artikel 6, lid 3, derde alinea: verblijfplaats of vast adres in de Unie;
b) voor de toepassing van artikel 18, lid 2: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder a), van Richtlijn 2004/39/EG, met inachtneming van de eisen van artikel 5, lid 4, van die richtlijn;
c) voor de toepassing van artikel 18, lid 3, met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, onder b), bedoelde personen: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder a), van Richtlijn 2004/39/EG, met inachtneming van de eisen van artikel 5, lid 4, van die richtlijn;
d) voor de toepassing van artikel 18, lid 3, met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, onder c), bedoelde personen: hetzelfde als in artikel 4, punt 7, van Richtlijn 2006/48/EG;
e) voor de toepassing van artikel 19, lid 2, met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, onder d), bedoelde bedrijfsgroepen: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder a), van Richtlijn 2004/39/EG;
f) voor de toepassing van artikel 35, leden 4, 5 en 6, en artikel 42, lid 1: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder b), van Richtlijn 2004/39/EG.