Art. 53 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Samenwerking met de veilingtoezichthouder

Verordening (EU) nr. 1031/2010

1. De veilers, de veilingplatforms en de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht op hen uitoefenen, verstrekken de veilingtoezichthouder desgevraagd alle informatie over de veilingen waarover zij beschikken en die redelijkerwijs noodzakelijk kan worden geacht voor de uitoefening van de taken van de veilingtoezichthouder.

2. De veilingtoezichthouder is gerechtigd het verloop van de veilingen te observeren.

3. De veilers, de veilingplatforms en de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht op hen uitoefenen, helpen de veilingtoezichthouder bij het vervullen van zijn taken door op hun eigen werkterrein actief met de veilingtoezichthouder samen te werken.

4. De bevoegde nationale autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht houden op personen aan wie overeenkomstig artikel 18, lid 2, vergunning is verleend om voor anderen biedingen uit te brengen, helpen de veilingtoezichthouder bij het vervullen van zijn taken door binnen hun eigen bevoegdheid actief met de veilingtoezichthouder samen te werken.

5. Met betrekking tot de verplichtingen die de bevoegde nationale autoriteiten bij de leden 1, 3 en 4 worden opgelegd, wordt rekening gehouden met het beroepsgeheim waartoe zij krachtens het recht van de Unie zijn gehouden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen