Art. 76 Richtlijn 2010/75/EU, Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om de in artikel 48, lid 5, en artikel 74 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend vooreen periode van vijf jaar vanaf 6 januari 2011. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt automatisch verlengd met dezelfde periode, tenzij het Europees Parlement of de Raad de bevoegdheid intrekt overeenkomstig artikel 77.
2. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
3. De aan de Commissie toegekende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, is onderworpen aan de voorwaarden die worden gesteld in de artikelen 77 en 78.