Art. 73 Richtlijn 2010/75/EU, Evaluatie

Richtlijn 2010/75/EU

1. Uiterlijk op 7 januari 2016 en vervolgens om de drie jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin de uitvoering van deze richtlijn wordt geëvalueerd aan de hand van de in artikel 72 bedoelde informatie.

Dit verslag bevat een evaluatie van de noodzaak van optreden van de Unie via de vaststelling of bijstelling van voor de gehele Unie geldende minimumeisen voor emissiegrenswaarden en voor regels voor toezicht en conformiteit ten aanzien van activiteiten binnen het toepassingsgebied van de betrokken BBT-conclusies die gedurende de vorige periode van drie jaar zijn aangenomen, en dit op grond van de volgende criteria:

a) het effect van de betrokken activiteiten op het milieu in zijn geheel; en

b) de stand van de uitvoering van de beste beschikbare technieken voor de betrokken activiteiten.

Deze evaluatie houdt rekening met het advies van het in artikel 13, lid 4, bedoelde forum.

Voor grote stookinstallaties worden de minimumeisen uit hoofdstuk III van en bijlage V bij deze richtlijn beschouwd als geldend voor de gehele Unie.

Het verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel. Indien de in de tweede alinea bedoelde evaluatie een dergelijke noodzaak identificeert, bevat het wetgevingsvoorstel bepalingen voor de vaststelling of bijstelling van voor de gehele Unie geldende minimumeisen voor emissiegrenswaarden en voor regels voor toezicht en conformiteit ten aanzien van de betrokken activiteiten.

2. De Commissie evalueert uiterlijk 31 december 2012 of een controle moet worden ingesteld op de emissies van:

a) het stoken van brandstoffen in installaties met een totaal nominaal thermisch vermogen van minder dan 50 MW;

b) de intensieve rundveehouderij; en

c) het uitrijden van mest.

De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

3. De Commissie brengt uiterlijk 31 december 2011 aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de vaststelling in bijlage I van:

a) gedifferentieerde capaciteitsdrempelwaarden voor het houden van verschillende pluimveesoorten, met inbegrip van het specifieke geval van kwartels;

b) capaciteitsdrempelwaarden voor het gelijktijdig houden van verschillende soorten dieren in dezelfde installatie.

De Commissie deelt de resultaten van die evaluatie mee aan het Europees Parlement en de Raad, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.