Art. 7 Richtlijn 2010/31/EU, Bestaande gebouwen

Richtlijn 2010/31/EU

De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat wanneer bestaande gebouwen een ingrijpende renovatie ondergaan, de energieprestatie van het gebouw of van het gerenoveerde deel daarvan tot het niveau van de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde minimumeisen inzake energieprestatie wordt opgevoerd, voor zover dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is.

Die eisen worden toegepast op het gerenoveerde gebouw of de gerenoveerde gebouwunit als geheel. Daarnaast of in plaats daarvan kunnen er eisen worden toegepast op de gerenoveerde onderdelen van een gebouw.

Daarnaast treffen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat wanneer een tot de bouwschil behorend onderdeel van een gebouw dat, na te zijn vernieuwd of vervangen, een significant effect op de energieprestatie van de bouwschil heeft, de energieprestatie van dat onderdeel van een gebouw aan minimumeisen inzake energieprestatie voldoet, voor zover dat technisch, functioneel en economisch haalbaar is.

De lidstaten stellen deze minimumeisen voor de energieprestatie vast overeenkomstig artikel 4.

Bij gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, stimuleren de lidstaten dat er alternatieve systemen met een hoog rendement als bedoeld in artikel 6, lid 1, worden overwogen en in aanmerking genomen, voor zover dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is.