Art. 19
1. De vrijstelling wordt slechts verleend voor persoonlijke goederen welke ten laatste twee jaar na de datum waarop de goederen in bezit gesteld zijn (definitieve regeling van de erfopvolging) voor het vrije verkeer zijn aangegeven.
Door de bevoegde autoriteiten kan evenwel op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van deze termijn worden toegestaan.
2. De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in lid 1 bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden.