Art. 17
1. Behoudens de artikelen 18, 19 en 20, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld, de persoonlijke goederen die door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap heeft, door erfopvolging bij versterf, of door erfopvolging bij testament zijn verkregen.
2. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder „persoonlijke goederen” verstaan alle in artikel 2, lid 1, onder c), bedoelde goederen die de erfenis van de overledene vormen.