Art. 34, Constatering van de oppervlakten
1. De oppervlakte van de percelen landbouwgrond wordt geconstateerd met behulp van enig middel waarvoor is aangetoond dat het een meting garandeert van een kwaliteit die ten minste gelijkwaardig is aan die welke is voorgeschreven in een geldende technische norm die is opgesteld op het niveau van de Gemeenschap.
Een meettolerantie wordt vastgesteld die gelijk is aan een maximaal 1,5 m brede buffer, toegepast op de omtrek van het perceel landbouwgrond. Voor elk perceel landbouwgrond is de maximumtolerantie in absolute waarde niet groter dan 1,0 ha.
2. De totale oppervlakte van een perceel landbouwgrond kan in aanmerking worden genomen op voorwaarde dat het volgens de gebruikelijke normen van de betrokken lidstaat of regio om een volledig gebruikt perceel gaat. Is dit niet het geval, dan wordt de werkelijk gebruikte oppervlakte in aanmerking genomen.
Voor de regio’s waar bepaalde elementen, met name heggen, sloten en muren, van oudsher deel uitmaken van de goede landbouwmethoden op het gebied van teelten of grondgebruik, kunnen de lidstaten besluiten dat de oppervlakte van die elementen als een onderdeel van de volledig gebruikte oppervlakte moet worden beschouwd op voorwaarde dat zij een door de lidstaten te bepalen totale breedte niet overschrijdt. Die breedte moet overeenkomen met een traditionele breedte in de betrokken regio en mag niet meer dan 2 m bedragen.
Wanneer de lidstaten vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening de Commissie conform artikel 30, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 796/2004 in kennis hebben gesteld van een breedte van meer dan 2 m, mag deze breedte onverminderd worden toegepast.
3. Alle elementen waarop de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 73/2009 genoemde besluiten betrekking hebben of die kunnen behoren bij de goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 6 van en bijlage III bij die verordening, maken deel uit van de totale oppervlakte van het betrokken perceel landbouwgrond.
4. Onverminderd artikel 34, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt een perceel landbouwgrond met bomen voor de toepassing van de oppervlaktegebonden steunregelingen als een subsidiabele oppervlakte beschouwd mits het op dat perceel mogelijk is landbouwactiviteiten of, indien van toepassing, de voorgenomen productie op soortgelijke wijze te beoefenen als op percelen zonder bomen in dezelfde regio.
5. Wanneer een oppervlakte gezamenlijk wordt gebruikt, verdelen de bevoegde autoriteiten deze oppervlakte denkbeeldig over de betrokken landbouwers in verhouding tot de mate waarin zij deze oppervlakte gebruiken, of tot hun recht om deze oppervlakte te gebruiken.
6. Of de percelen landbouwgrond voor de steun in aanmerking komen, wordt nagegaan met behulp van welk geschikt middel ook. Daartoe worden zo nodig aanvullende bewijzen verlangd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 16 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:90
- CBb 13 maart 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ6298
- CBb 6 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:239
- CBb 22 oktober 2013, ECLI:NL:CBB:2013:211
- CBb 16 september 2013, ECLI:NL:CBB:2013:152
- CBb 6 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ4264
- CBb 22 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ4257
- CBb 19 april 2013, ECLI:NL:CBB:2013:CA0355
- ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:442
- Rb. Midden-Nederland 29 augustus 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5159
- Rb. Midden-Nederland 29 augustus 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5158
- Rb. Midden-Nederland 13 april 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5157
- CBb 22 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:417
- CBb 6 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:419
- CBb 20 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:353
- CBb 20 maart 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ7868
- CBb 22 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ4261
- CBb 21 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ4232
- CBb 17 januari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ3407
- CBb 10 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:61