Art. 2, Definities
Voor de toepassing van titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 en van de onderhavige verordening wordt verstaan onder:
a) „bouwland”: voor de teelt van gewassen gebruikte grond of grond die overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 73/2009 in een goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, ongeacht of die grond zich al dan niet onder een kas of onder een vaste of verplaatsbare beschutting bevindt;
b) „blijvende teelten”: niet in de vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, andere dan blijvend grasland, die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en die geregeld een oogst opleveren, met inbegrip van boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten) en van hakhout met korte omlooptijd;
c) „blijvend grasland”: grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die gedurende ten minste vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf werd opgenomen, met uitzondering van de overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad (7) braakgelegde oppervlakten, de overeenkomstig de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad (8) braakgelegde oppervlakten en de overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (9) braakgelegde oppervlakten; in dit verband wordt onder „grassen of andere kruidachtige voedergewassen” verstaan: alle kruidachtige planten die in de lidstaat traditioneel in natuurlijk grasland voorkomen of normaliter in zaadmengsels voor grasland worden opgenomen (ongeacht of het betrokken grasland al dan niet voor het weiden van dieren wordt gebruikt). De lidstaten kunnen de in bijlage I genoemde akkerbouwgewassen ertoe rekenen;
d) „grasland”: voor de productie van (ingezaaid of natuurlijk) gras gebruikt bouwland; voor de toepassing van artikel 49 van Verordening (EG) nr. 73/2009 omvat grasland mede blijvend grasland;
e) „verkoop”: de verkoop of elke andere definitieve overdracht van de eigendom van grond of toeslagrechten; grondverkooptransacties waarbij de grond wordt overgedragen aan openbare autoriteiten en/of voor gebruik in het algemeen belang, en waarbij die overdracht plaatsvindt voor andere dan landbouwdoeleinden, vallen daar niet onder;
f) „(ver)huur”: (ver)huur en daarmee vergelijkbare soorten tijdelijke transacties;
g) „overdracht, verkoop of verhuur van toeslagrechten met grond”: (onverminderd artikel 27, lid 1, van de onderhavige verordening) de verkoop of verhuur van toeslagrechten in combinatie met, respectievelijk, de verkoop of verhuur over dezelfde periode van een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren in de zin van artikel 34 van Verordening (EG) nr. 73/2009, waarover de cedent beschikt. De overdracht van alle bijzondere toeslagrechten in de zin van artikel 44 van Verordening (EG) nr. 73/2009 waarover de landbouwer beschikt, wordt beschouwd als een overdracht van toeslagrechten met grond;
h) „fusie”: de fusie van twee of meer aparte landbouwers tot één nieuwe landbouwer in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 waarvoor de verantwoordelijkheid op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s wordt genomen door de landbouwers die oorspronkelijk de bedrijven beheerden, of door één van hen;
i) „splitsing”:
i) de splitsing van één landbouwer in ten minste twee nieuwe, aparte landbouwers in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 waarvan er ten minste één op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s onder de verantwoordelijkheid blijft van ten minste één van de rechts- of natuurlijke personen die oorspronkelijk het bedrijf beheerden, of
ii) de splitsing van één landbouwer waarbij ten minste één nieuwe, aparte landbouwer in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009 ontstaat en waarbij een andere landbouwer op het gebied van beheer, winst en financiële risico’s onder de verantwoordelijkheid blijft van de landbouwer die oorspronkelijk het bedrijf beheerde;
j) „productie-eenheid”: ten minste één areaal dat in de relevante referentieperiode recht heeft gegeven op rechtstreekse betalingen en dat ook een voederareaal kan zijn, of één dier dat in de referentieperiode recht zou hebben gegeven op rechtstreekse betalingen, in voorkomend geval vergezeld van een overeenkomstig premierecht;
k) „voederareaal”: de oppervlakte van het bedrijf die gedurende het hele kalenderjaar voor de veehouderij beschikbaar was, met inbegrip van het gezamenlijk gebruikte areaal en de percelen die voor gemengde teelten werden gebruikt; daaronder vallen niet:
— gebouwen, bossen, vijvers en wegen,
— oppervlakten die werden gebruikt voor andere gewassen die voor communautaire steun in aanmerking kwamen, of voor blijvende teelten of tuinbouw,
— oppervlakten die in aanmerking kwamen in het kader van de steunregeling voor landbouwers die bepaalde akkerbouwgewassen verbouwen, werden gebruikt in het kader van de steunregeling voor gedroogde voedergewassen of onder een nationaal braakleggingsprogramma vielen;
l) „landbouwers die met hun landbouwactiviteiten beginnen” (voor de toepassing van artikel 41, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009): een natuurlijke of rechtspersoon die in de vijf jaar voorafgaand aan het opstarten van de nieuwe landbouwactiviteit geen landbouwactiviteit heeft verricht in eigen naam en voor eigen risico en evenmin de controle heeft gehad over een rechtspersoon die een landbouwactiviteit ontplooide.
In het geval van een rechtspersoon mag (mogen) de natuurlijke persoon (personen) die de controle over de rechtspersoon heeft (hebben), in de vijf jaar voorafgaand aan het opstarten van de landbouwactiviteit door de rechtspersoon geen landbouwactiviteit hebben verricht in eigen naam en voor eigen risico en ook niet de controle hebben gehad over een rechtspersoon die een landbouwactiviteit uitoefende in die periode;
m) „boomkwekerijgewassen (kwekerijproducten)”: die welke zijn gedefinieerd in punt G/5 van bijlage I bij Beschikking 2000/115/EG van de Commissie (10);
n) „hakhout met korte omlooptijd”: oppervlakten beplant met de boomsoorten van GN-code 0602 90 41 , bestaande uit blijvende houtgewassen waarvan de wortelstokken of stelen na de oogst in de grond blijven, die in het daaropvolgende seizoen nieuwe scheuten vormen en die opgenomen zijn in een door de lidstaten met ingang van 2010 op te stellen lijst waarin de voor gebruik als hakhout met korte omlooptijd geschikte soorten en de maximale omlooptijd ervan worden vermeld;
o) „specifieke steunmaatregelen”: maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 68, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun;
p) „andere communautaire steuninstrumenten”:
i) maatregelen als bedoeld in de Verordeningen (EG) nr. 1698/2005, (EG) nr. 509/2006 (11), (EG) nr. 510/2006 (12), (EG) nr. 834/2007 (13), (EG) nr. 1234/2007 (14) en (EG) nr. 3/2008 van de Raad, en
ii) maatregelen die worden gefinancierd uit het Europees Landbouwgarantiefonds uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad (15), met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire maatregelen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 16 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:90
- CBb 9 augustus 2016, ECLI:NL:CBB:2016:247
- CBb 22 juni 2017, ECLI:NL:CBB:2017:252
- CBb 13 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:349
- CBb 29 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:48
- CBb 27 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:305
- CBb 22 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:385
- CBb 10 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:365
- CBb 1 december 2015, ECLI:NL:CBB:2015:410
- CBb 5 november 2019, ECLI:NL:CBB:2019:548
- CBb 8 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:86
- CBb 31 augustus 2017, ECLI:NL:CBB:2017:362
- CBb 18 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:378
- CBb 20 januari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:19
- CBb 3 juni 2016, ECLI:NL:CBB:2016:157
- CBb 1 december 2015, ECLI:NL:CBB:2015:411
- CBb 20 maart 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ7868